Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(2) Zij, die geen boek durven vragen, hoewel zij er wel belangstelling voor hebben.

(3) Zij> die alles lezen, wat hun in handen komt.

De onderwijzer kan de sub i en 2 genoemden opwekken tot lezen, door h^n nader tot de boeken te brengen; hun de overtuiging geven, dat boeken waardevolle dingen zijn, mits men weet, hoe daaruit te leeren en te lezen. En juist dit laatste doet het tegenwoordig onderwijs zelden. In een recente brochure van A. S. Steenberg vindt men de niet onaardige en niet onjuiste opmerking, dat de leerlingen van het schoolonderwijs den indruk meenemen, dat boeken ontzettend vervelende dingen moeten zijn, zoowel het leerboek in engeren zin, als het bij het onderricht gebruikte leesboek. ')

In de derde plaats kan door het schoolonderwijs bereikt worden, dat de leerling leere hoe het boek te gebruiken bij eigen studie zoowel reeds op de school zelve als later. Hem kan de methode gewezen worden, volgens welke hij later werken moet bij het nazoeken van bronnen-literatuur en handboeken, atlassen, verzamelingen en dergelijke. De onderwijzer kan de bronnen en de boeken aanwijzen, die de leerling het veiligst kan .raadplegen.

In elk dezer drie gevallen zal de onderwijzer zijn taak verlicht vinden, wanneer hij een Openbaar Leesmuseum, van de beste hulpmiddelen voorzien, naast zich weet; wanneer van de zijde van het Openbaar Leesmuseum reeds vooruitgezien is, en aangeschaft en in gereedheid gebracht, wat de onderwijzer bij zijn onderwijs zal behoeven.

76. In de tweede plaats wat te lezen. Hier valt voor het Openbaar Leesmuseum een meer actieve rol te spelen.

Voornamelijk ter bepaling van wat voor kinderen geschikt is, is het zeer noodig, dat samenwerking bestaat tusschen onderwijzer en bibliothekaris. Zeer terecht merkt J. C. Dana op2): »As yet we do not even know what children like to read; much less do we know what is good for them to read .. . What is needed is a large body of experience, the outcome of many careful observations, the compilation of returns from carefully controlled experiments. In getting these the librarian needs assistance.» Deze hulp en bijstand, zoo vervolgt hij, heeft hij niet van de zijde van de

') A. S. Steenberg, Skolen og bögerne. Köbenhavn og Kristiania, 1905. (Gedeeltelijk vertaald in : ZVW. 1906, S. 44.)

8) J. C. Dana, Libraries and teachers. In: LJ. 1896, p. 133.

Sluiten