Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De vraag, of niet juist de samenwerking, de degelijke bespre king en het onderling overleg van onderwijzer en bibliothekaris op den duur vele uitwassen der beweging zullen kunnen afsnijden, wacht haar antwoord eerst van later tijden af, wanneer de praktijk het systeem van samenwerking bestendigd en verbeterd zal hebben.

Ondertusschen komt het mij echter voor, dat hier een paedagogisch vraagstuk van vérstrekkend belang, óók voor ons onderwijs in Nederland, op een antwoord wacht. De beweging ten gunste van Openbare Leesmusea zal daarom wel doen, in dezen, van den aanvang af voeling te houden met de autoriteiten op onderwijsgebied.

85. Voortgezet onderwijs. Naast de zorg voor het geslacht, dat nog op de schoolbanken zit, zien wij Openbare Leesmusea de taak op zich nemen, ook de volwassen bevolking in haar streven naar verdere ontwikkeling ter zijde te staan.

Voorzoover ook dan het onderwijs niet in hoofdzaak de beroepsvorming nastreeft door Hooger Onderwijs en wetenschappelijke vorming, is dit onderwijs aangewezen op de leiding, die universiteits-cursussen, universiteits-uitbreiding, volkshoogescholen en dergelijke geven willen, en op de inrichtingen voor voortgezet lager onderwijs.

Ten opzichte van dit laatstgenoemde onderwijs gelden de bovenopgesomde voordeelen der samenwerking tusschen school en Openbaar Leesmuseum, doch in getemperde mate. Men vergete niet, dat zij, die van het voortgezet lager onderwijs gebruik maken, overdag reeds in arbeid hun broodwinning te zoeken hebben, derhalve minder tijd, lust en gelegenheid bezitten zich door eigen studie nog, buiten het onderwijs om, verder te ontwikkelen. Of de tucht en de regelmatige gang in dit voortgezet onderwijs wel passend is voor de rijper en vroegrijper ontwikkeling der deelnemers, is ook wel betwijfeld. Menigmaal hoort men dan ook de verklaring, dat «wohl dotirte, vernünftig und vorurtheillos eingerichtete, allgemein leicht zugangliche, von jedem unnöthigen bureaukratischen Apparate freie Volksbibliotheken bei dem Bildungsdrange unserer Arbeiterbevölkerung weit grosseren Nutzen stiften können, als die Fortbildungsschulen und dergleichen. <> ')

Zeker zal de bevolking, die met haar streven naar verdere ont-

') Sozialpolitisches Centralblatt, Berlin, 1893, S. 279.

Sluiten