Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zelfs onder de ongunstigste politieke omstandigheden, regelmatig kan opwerken, biedt Denemarken, i)

En ook in oorlogstijd is meermalen de meerdere individueele intelligentie aan de zijde van de zegevierende partij als beslissende factor voor de overwinning medegerekend. Evenals de «Schoolmeester van Sedan» zal, om een recenter voorbeeld te noemen, de meerdere intelligentie van den Japanner, in den laatsten oorlog voor een groot deel de beslissing van den strijd bepaald hebben.

102. Invloed op den klassenstrijd. Tenslotte hebben wij te wijzen op de verwachtingen van hen, die meenen dat Openbare Leesmusea door hun algemeen karakter zullen medewerken de stands- en klasse-verschillen uit den weg te ruimen; èn van hen, die in ruimer en eenvoudiger openstelling van de gelegenheden om tot ontwikkeling te geraken, een voorwaarde in vervulling meenen te zien gaan voor de economische, politieke en geestelijke vrijmaking van het «proletariaat).

Lerstgenoemden sluiten zich aan bij de bekende meening van Schm o lier: «Der letzte Grund aller sozialen Gefahr liegt nicht in der Dissonanz der Besitz-, sondern der Bildungs-Gegensatze». Het zou dus volgens hen tot de eerste plichten van de samenleving behooren, door het openstellen van inrichtingen van onderwijs enz. den klassenstrijd te bezweren.

Het komt mij voor, dat de algemeenheid, waarin Schmoller zijn meening kleedt, schade doet aan de waarde en de waarheid der bewering. Er bestaat zeer zeker een noodlottige tegenstelling tusschen de ontwikkeling van het «volk» en de wèl-ontwikkelden. Maar wanneer men de voorwaarden nagaat, waarvan het verkrijgen van ontwikkeling afhankelijk is gesteld, dan stuit men toch voortdurend op bezits-tegenstellingen. Die voorwaarden zijn geen andere dan bezitsvoorwaarden, waardoor opleiding, rust en physieke krachten te koop komen.

\ oor velen is verder de aldus verkregen ontwikkeling op haar beurt productief bezit; voor zeer velen — het ontwikkeld proletariaat ook tevens het éénig bezit, zooals van den arbeider de arbeidskracht. Beduidt nu voor dezen het ruimer en eenvoudiger toegankelijk stellen van de hulpmiddelen bij zelfontwikkeling een voorwaarde tot de toenadering tusschen bezitters en niet-bezitters?

') Zie b.v. Ph. Witkop, Die Organisation der Arbeiterbildung. Beriin, 1904, S. 10. — E. Lehman, Denemarken en zijn volkshoogescholen. In: Onze Eenw, 1903, bl. 242.

Sluiten