Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men bij voorkeur geestelijkheid, aristokratie, regeerende vorsten als typen van verdorvenheid voorgesteld. Een goed voorbeeld vindt men hiervan geciteerd bij Apel1), ontleend aan een brief van een uitgever aan een schrijver van kolportageromans. Deze klaagt daar over de weinig pikante details. «Können Sie,» zoo vervolgt hij, «nicht den alten Landpfarrer zu einem Intriganten stempeln? Für das siebente Heft, die kritische Nummer, ist die ausführliche, genaue Schilderung einer Mord- und Greuelscene nöthig, die aber erst in Nummer 8 fortgesetzt und in Nummer

9 zu Ende geführt wird.»

127. Wat de uiterlijke verzorging en de vertaling aangaat, zoo volsta de mededeeling, dat deze ongelooflijk slecht plegen te zijn. Het goedkoopste,gemeenste papier; de onwaarschijnlijkste,griezeligste illustraties, soms zelfs in het geheel geen verband houdend met den tekst, worden bij het verhaal op den koop toegegeven. De vertaling wordt klaarblijkelijk toevertrouwd aan op stukwerk-con-

ditie's werkende vertalers.

De kolportage-roman werd in den laatsten tijd verdrongen door de z.g.11. detective-roman, zonder dat de meer pornografische en pikante verhalen daarbij op den achtergrond raakten, evenmin als de quasi wetenschappelijke werken met wenken voor het sexueele leven.

Het zijn niet de meer-bemiddelde en meer-ontwikkelde elementen der bevolking, die zich aan deze soort lektuur overgeven, maar voornamelijk behoort de kleine middenstand, winkeliers, kantoorbedienden, portiers, dienstboden, — tot de geregelde afnemers. Zij zijn het ook, die de feuilletons van niet altijd juist kieskeurige kranten verslinden als vervolg op de rubrieken «Ongelukken en «Gemengde Berichten»; zij zijn het, die de straatliedjes koopen. en voor 't meerendeel de afnemers zijn van «prentbriefkaarten» met genrebeelden en groepen, die vooral op de onvolwassenen

haar aantrekkingskracht uitoefenen.

128. Tegen de kolportageromans. Van vele zijden is gewaarschuwd tegen verspreiding van deze soort lektuur, deze inwijding, deze leiding der fantasie, waaraan ook de kranten meewerken -).

Er is verder gewezen op den invloed, dien kranten en minder-

') Apel, l.c. S. 1.

*) Men zie de bekeDde rede van Bérenger: Annales du Sénat; Debats parlémentaires; session ordinaire. 1897, Tome 48, p. 960.

Sluiten