Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Upenbare Leesmusea, die ik persoonlijk zag, en die, waarvan afbeeldingen werden gepubliceerd, geven mij nu niet juist den indruk, dat de pogingen van bouwheeren, den eigen aard der bestemming van het gebouw in het uiterlijk voorkomen weer te geven, geslaagd zijn. «We have not even found», zegt een Amerikaan, wiens volk nog de beste proefnemingen op dit gebied nam, «a characteristic style of architecture. Everyone knows a church, a theater, a railroad-station when he sees it. One seldom knows a library, if it is not labeled. The ordinary library building might be taken for a school, a bank, a court-house, or a municipal building» ').

Voor dit, slechts oogenschijnlijk minder belangrijke feit, vind ik twee verklaringen. Voor een deel mag het zoekend en tastend toepassen van de meest uiteenloopende stijlen, — van Griekschen tempelbouw tot Engelschen cottage, — ons er aan herinneren, dat nergens nog de instelling in die mate als maatschappelijk eigendom gevoeld wordt, dat sprake kan zijn van een bijzonderen kunstvorm voor een als bijzonder erkend maatschappelijk instituut.

Anderdeels mag het ontbreken van een sprekend uiterlijk van Openbare Leesmusea op rekening komen van te geringe vertrouwdheid van bouwheeren met de, door de bibliotheek-praktijk gestelde eischen. Men ziet Openbare Leesmusea opgetrokken in stijlen, die ten eenen male ongeschikt zijn voor bibliotheekbouw: de Gothiek bijvoorbeeld, die het mystieke halfdonker uit de kathedralen binnen boekerijen brengt, waar licht en nog eens licht een hoofdvereischte is. Men ziet aan Openbare Leesmusea bouwplaatsen toegewezen tusschen andere gebouwen ingeklemd, waarbij noch aan brandvrijheid noch aan uitkomen van monumentaal karakter gedacht schijnt. Men ziet ter wille van goedkoopte de localiteiten gegroepeerd, zóó dat van eenige rationeele uitbreiding — die onvermijdelijk komt — nooit sprake kan zijn.

Toch zijn dit drie kardinale punten voor elke bibliotheek: licht, brandvrijheid en mogelijkheid van uitbreiding. In elk handboek der bibliotheeksleer van eenige beteekenis vindt men deze toegelicht. ~)

') C. A. Cutter, The development of public libraries. In: House Doe. U.S., Educ. Rep., 1900, (II) p. 1357.

3) Zie A. Graesel, Handbuch der Bibliothekslehre, 2e Aufl. Lpz. 1902; en hieruit vooral het eerste deel en de daar opgegeven literatuur over het onderwerp.

Sluiten