Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kring opgesloten ligt: het in voortdurende circulatie houden van den boekenschat, tot zelfs van de dubbele exemplaren, instede van angstvallig te bewaren, wat zij bezitten.

Op deze wijze is het mogelijk, personen te bereiken, belangstelling op te wekken en vooral levendig te houden, tot op plaatsen, waar het ontwikkeld deel der bevolking zeer bezwaarlijk aan opwekkende lektuur komen kan, en het minder ontwikkelde daarvan geheel verstoken blijft Als zoodanig is de reizende bibliotheek, hetzij uitgaande van Openbare Leesmusea als centrale, hetzij onderhouden door samenwerking van enkele gemeenten, of door toedoen van een vereeniging, van ontwijfelbaar groot nut en kan men instemmen met de woorden van Eastman: »De reizende bibliotheek is de pionier van het Openbaar Leesmuseum, in zeer vele gevallen de plaatsvervangster daarvan", i)

181. Leeszalen. Tot heden hebben wij slechts gesproken van de boekerij, aan Openbare Leesmusea verbonden, waaruit boeken worden geleend voor het tehuis lezen. Het geldt thans de wenschelijkheid te bepleiten, in het gebouw een bijzondere gelegenheid te bestemmen voor het lezen ter plaatse.

Er valt op te wijzen, dat de leeszaal eerst tamelijk laat in Openbare Leesmusea als een aanvullend requisiet der instelling erkend is. En ook thans nog treft men besliste tegenstanders van goed voorziene leeszalen in Openbare Leesmusea aan.

Het oudere type der volksbibliotheek, en ook enkele nieuwere inrichtingen wijzen geen bijzondere localiteiten aan, hetzij te gebruiken voor studie, hetzij bestemd om kranten en tijdschriften na te zien.

182. De argumenten dezer tegenstanders zijn : dat een Openbaar Leesmuseum zich bepalen moet tot het verschaffen van lektuur, die tehuis in den huiselijken kring kan en moet gelezen worden. »On se passera de salie de lecture; ce n'est pas dans la salie de lecture qu'on doit lire, c'est avant tout dans la familie," zegt b.v. Annoot2). Een concessie doet b.v. reeds B ruinwold Riedel, wanneer hij met E. Schultze tot de conclusie komt, dat uitleenbibliotheken wel is waar veel meer nut doen dan leeszalen, maar toch bepleit, nevens de bestaande uitleenbibliotheek een klein leeszaaltje op te richten, bijaldien men toch iets dergelijks

') W. R. Eastman, What can state law do tor the public librarv'J InLJ. 1899, p. 620.

') I. B Annoot, Les bibliothèques populaires. Bruxelles, 1866, p. 14.

Sluiten