Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

189. Uitrustingen. Hiermede zijn eenige hoofdpunten van technischen aard, op het gebouw en zijn inrichting betrekking hebbend, besproken.

Wat thans de uitrusting van de magazijnen en leeszalen aangaat, zoo moet ik in de eerste plaats verwijzen naar de bestaande handleidingen over dit bijzondere onderwerp. Gelegenheid de talrijke vragen, die de praktische uitrusting van Openbare Leesmusea opwerpt, in details na te gaan, heb ik hier niet. Slechts zeer algemeene raadgevingen op punten, waar een nog onervaren belangstelling voor Openbare Leesmusea, gevaar loopt mis te grijpen, mogen hier een plaats vinden.

19°* Kasten. Het zal in de eerste plaats niet overbodig zijn te wijzen op de maar al te dikwijls nog gemaakte fout. de boekkasten ter winning van ruimte tot aan den zolder op te trekken, in zéér veel bibliotheken zal men nog dit overblijfsel uit den oertijd van het bibliotheekwezen aantreffen, al is de boekenkast met vaste planken gelukkig reeds vrij algemeen verdrongen door die met verstelbare.

Men bega bij nieuw op te richten boekerijen niet meer de fout. de kasten zóó hoog op te trekken, dat steeds ladders gebruikt moeten worden om de hoogste planken te kunnen bereiken. Ladders en trapjes in bibliotheken zijn vooreerst voor het personeel gevaarlijke instrumenten, dan eischen en nemen zij onnoodig breede gangen tusschen de kasten; ook bevorderen zij niet de snelheid bij het zoeken van boeken, waarvan men niet precies de plaats weet: het herhaaldelijk op- en afklimmen, het verplaatsen van den ladder, het steeds gedwongen zijn zich vast te houden, zijn de hinderlijke, lastige bezwaren.

Men trekke geen kasten hooger op, dan een normaal gebouwd mensch gemakkelijk reiken kan, niet hooger dan 2.25 M. Indien hooger kasten dringend noodzakelijk zijn, zoo brenge men een doorloopenden ijzeren stang vóór de onderste plank aan, waarop staande het personeel de hoogere planken bereiken kan. Als voorbeeld dienen de boekenkast-stangen in de Leidsche Universiteitsbibliotheek.

Liever legge men, zoodra dit noodig wordt, een vloer van geperforeerd ijzerwerk over de gelijkvloers staande kasten; en op de aldus gevormde tweede verdieping bouwe men, recht boven de onderstaande kasten, de verdere kasten. De aldus gemaakte tweede verdieping verbinde men door een wenteltrap, die weinig ruimte inneemt, met den eersten vloer.

Sluiten