Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

na het verloopen der uitleentermijn. Deze strooken dienen, uitgereikt in bepaalde getallen, tevens voor de statistiek. •)

2 44. De n a d e e 1 e n aan den indicator verbonden zijn deze: dat hij eigenlijk duur speelgoed is 2), veel ruimte inneemt, (hij mag niet te hoog zijn opgetrokken), het vertrek onnoodig duister maakt, en een wal vormt tusschen personeel en publiek, dat met elkaar door kleine loketjes of over den wal heen spreekt. Daarbij is het zeer tijdroovend na te gaan, welke boeken na het verloopen van den uitleentermijn moeten worden opgevraagd.

De Cotgreave werkt daarbij vrij omslachtig. En wanneer een Openbaar Leesmuseum een indicator wenscht, zoo is aan den Hamburgschen indicator de voorkeur te geven. Deze werkt snel en handig, maar eischt, als iedere indicator, altijd groote oppervlakten.

Maar niet licht zou ik een indicator aanbevelen, tenzij in kleinere hulpbibliotheken, waar het op gezette tijden bijzonder druk loopt, en snelle hulp gebiedend noodzakelijk is. Doch aan den indicator zijn te vele nadeelen verbonden, de voordeelen zijn in vergelijking te gering om ook hier den indicator boven andere systemen de

voorkeur te geven.

Alleen in Engeland houdt men nog aan den indicator vast, maar toch reeds lang niet meer algemeen; vele public libranes

hebben hem buiten werking gesteld, of bezigen hem nog uitsluitend

voor de meer-gevraagde fïction-afdeeling.

245. De „Open-boekerij". Beter dan de indicator kan de ^Free-Access» of «Open Shelf», hier «Open-Boekerij» genoemd, tot de begeerde vergemakkeling der uitleening bijdragen. Wij zullen bij dit systeem van toelating van den bezoeker tot de kasten zelf, langer moeten stilstaan, omdat wij hier te doen hebben met een omkeer in het bibliotheekwezen van zéér bijzonder en belangwekkend karakter, al is het waar, dat de praktische toepassing in vele gevallen nog gewaagd en prematuur zal moeten worden

genoemd.

Deze evolutie op bibliotheekgebied, die van de meer of minder gesloten bewaarplaatsen, welke bibliotheken tot op heden immer

ï) Een uitvoerige beschrijving in: Hallier, Der Schiilkesche Katalog-Indikator in der Oeffentlichen Biichcrhalle in Hamburg... In: BVL. 1906, S. 37 seqq.

«) De kosten worden berekend door W. J. Har ris, Indicator versus card charging-, their comparative cost. In: LW. 1905, p. 211. Voor 20.000 nummers komen de kosten.- aan indicators op £ 120 .0.0 (stellage inbegrepen £ 215 .0.0)

voor een gewone kaartnitleening op £ 30 .0 .0 (installatie inbegrepen £ 78 .0 .0).

Sluiten