Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men zal ieder tot de boekerij moeten toelaten, en minder gewenschte elementen moeilijk kunnen weren, ook arbeiders, zóó uit hun werkplaats komend. Er wordt betwijfeld of de bezoeker zal weten, waar, in welke kast en op welke plank hij het gewenschte boek zal kunnen vinden.

248. Ongetwijfeld zijn er derhalve ernstige bezwaren te over. Toch valt er op eenige geruststellende lichtpunten te wijzen.

(1) Vooreerst het wichtigst tegenargument: de verliezen. Vooreerst zal iedere bibliotheek, hoe wèl bewaakt ook, elk jaar opnieuw een aantal boeken blijken te moeten afschrijven als «verdwenen». Zelfs vak-, beroeps-, studie- en vereenigingsbibliotheken blijven daar niet voor gespaard.

Het Openbaar Leesmuseum met «Open Boekerij» zal nog eerder dan elke andere bibliotheek op zijn hoede moeten zijn. Het kan dit doen door in de boekmagazijnen de kasten zóó te plaatsen, dat van de uitleenbank af alle gangen tusschen de kasten goed te overzien zijn, evenwel zonder den bezoeker den indruk te geven, dat hij bespied wordt'). Ook bij het verlaten van het vertrek langs de uitleenbank, kan een onmerkbare controle worden uitgeoefend. Het personeel, bedenke men verder, is steeds in het magazijn mede aanwezig en aan het werk voor de inplaatsing van nieuwe of teruggebrachte boeken.

Ook blijkt, dat in werkelijkheid het getal verdwenen boeken, bij een onmerkbare, doch waakzame controle, verrassend gering is, in vergelijking van hetgeen men verwachten zou. Om slechts enkele uit de vele voorbeelden aan te voeren: het jaarverslag der Free Public Library te Minneapolis had in één jaar het verlies te boeken van 3 werken en 20 tijdschriftafleveringen, ter gezamenlijke waarde van 20 dollar 3). Zoo verdwenen gedurende 1903/4 in de Boston Public Library 221 boeken door «Open Boekerij», op een totaal van 712.516 uitleeningen.

In de geheele literatuur 8) over het onderwerp zal men dan ook eenerzijds erkend vinden, dat werkelijk meer boeken verdwijnen dan zonder vrijen toegang, doch dat anderzijds toch de overweging gelden mag, dat er van het systeem een opvoedende kracht uitgaat, die zich gelden laat in de keuze der lektuur en

') Isabel E. Lord, Open shelves and public morals. LJ. 1901, p. 69.

') LJ. 1891, p. 175.

3) Zie: J. D. Brown, Manual of library economy, LondeD, 1903, p. 445, seqq. P. Grecnwood, Library Yearbook, London, 1897, p. 79, seqq.

Sluiten