Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ervaring, een proef genomen kunnen worden en weer het eerst in de hulpbibliotheken van geringer omvang.

Men kieze dan echter aanstonds tot voorbeeld een bibliotheek, die reeds langer ervaring op dit punt heeft, richte zich reeds van den beginne op het doelmatigst in, geheel in overeenstemming met de eigenaardige eischen, aan de techniek door de «Open-Boekerij» gesteld.

Openbare Leesmusea van grooter omvang kunnen beginnen, enkele afdeelingen, b.v. de fictionafdeeling voor den bezoeker open te stellen, en eerst langzamerhand, bij voldoening, tot algeheele vrijen toegang overgaan.

250. De uitleening. Na overwogen te hebben op welke wijze het boek voor de uitleening gereed te maken is en de bezoeker zal worden toegelaten tot de boekerij, moge worden nagegaan onder welke voorwaarden hem de boeken mee naar huis gegeven zullen worden.

Dat de uitleening in Openbare Leesmusea op geheel andereu voet behoort te worden ingericht dan gebruikelijk is in wetenschappelijke bibliotheken en bibliotheken van meer gesloten aard, volgt uit de omstandigheid, dat het lezend publiek hier van meer gemengd gehalte is dan ginds; met andere wenschen ter boekerij komt, op andere tijden toegelaten wil zijn, en vooral: in grooter getale de instelling bezoekt. In verband hiermede zal de uitleening sneller in haar werk moeten gaan; zal de techniek tot nauwkeuriger — wat niet beduidt: strenger, — controle in staat moeten stellen, terwijl ten slotte als regel is aan te nemen, dat niet meer dan één boek gelijktijdig aan één lezer zal kunnen worden uitgeleend voor ten hoogste één maand.

In de volgende bespreking der uitleening in Openbare Leesmusea zal voornamelijk het licht vallen op de punten, waar de uitleenmethoden afwijken van de gangbare methoden in bibliotheken van meer gesloten aard; en wel in deze volgorde: de eischen aan den leeftijd van den bezoeker gesteld; de uren en dagen van opening en sluiting; den waarborg van den lezer te vragen; de technische noteering van de uitleeningen; de terugvordering en het bespreken van boeken; het boetenstelsel; het opmaken der uitleenstatistieken; en ten slotte het gereed maken van het boek voor een volgende uitleening.

251. Leeftijdsgrens. Wij zullen moeten onderscheiden : Openbare Leesmusea met een bijzondere afdeeling voor kinderlektuur, en zulke zonder deze afdeeling.

Sluiten