Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In tegenstelling met den dienst in bibliotheken van meer gesloten aard, zal in Openbare Leesmusea zeer nauwlettend op de terugbezorging op den juisten datum acht moeten worden gegeven, lederen dag ga men na, welke boeken nog niet terugkwamen en men mane aanstonds. Een verlenging van den uitleentermijn door een tweeden kan echter steeds worden toegestaan, ingeval het boek niet door een volgend bezoeker, besproken werd; dezelfde formaliteiten als bij de eerste uitleening dienen dan in acht genomen.

270. Boeten. Het boetenstelsel dient ter aanvulling van de maning. Men kan hierbij twee methoden volgen: öf het laten oploopen van boeten voor eiken dag. dat het boek te laat terugkomt, en eerst nadat een maximum bereikt is, de maningen zenden (Engelsch systeem), óf terstond bij gebleken nalatigheid manen en tegelijk meedeelen, dat volgens het reglement een boete is te betalen (Duitsch systeem).

Het komt mij voor, dat boeten onontbeerlijk zijn in Openbare Leesmusea, doch dat de vorm, waarin de boete geheven wordt, aan bedenking onderhevig is. Mij dunkt, dat het strenge systeem van terugvordering, tot heden gebruikelijk, even doeltreffend blijken zal, ook wanneer men een ander kleed kiest.

Ik zou een combinatie willen voorstellen van het Engelsche en Duitsche systeem èn het in huurbibliotheken gebruikelijke.

Men neme in het uitleenreglement de bepaling op, dat de boeken kosteloos gedurende 2 of 3 weken kunnen worden geleend, doch dat voor verdere weken per week of gedeelte daarvan leesgeld, desnoods progressief berekend zal worden.

Zoodra na het verloopen van den gestelden termijn nalatigheid blijkt, geve men kosteloos mededeeling, dat ingevolge bovenstaand reglementsartikel aan leesgeld de bepaalde som wordt berekend.

Een maximum-termijn voor deze eigenmachtige verlenging, b.v. het dubbele van den kosteloozen termijn, is te stellen, na afloop van welken een besliste terugvordering per bibliotheekbode plaats heeft, waarvoor de extrakosten mede in rekening worden gebracht.

Men geve, ter controleering van het personeel, voor de aldus binnenkomende gelden echter steeds gedrukte kwitanties af. !)

') Dat dit noodig is, blijkt b.v. uit de opgaven van F. Kelley, Das Gezetz iiber freie Volksbibliotheken des Staates Illinois. In: ASG. 1899, S. 202,

waaruit blijkt dat de aldus inkomende sommen zeer belangrijk kunnen zijn. Voor Chicaeo waren de boetencijfers:

1889 $ 4192,72 1892 $ 5943,31 1895 $ 5543,88

1890 „ 4959,75 1893 » 6441,47 1896 » 5790,69

1891 , 5550,88 1894 » 6086,07 1897 , 5291,29

Sluiten