Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nieuwde inschrijving in hetzelfde jaar te stellen, gelijk ook alle statistische gegevens over één, gelijk beginnend boekjaar behooren te worden opgegeven.

Men telle het beroep, zoowel van mannen als van vrouwen. Gehuwde vrouwen telle men bovendien afzonderlijk. Als grondslag voor de beroepstelling kieze men een vereenvoudigd schema volgens de laatste beroepstellingen der officieele bevolkingsstatistiek.

Men telle voor de leeftijdsstatistieken niet naar jaren, doch naar leeftijdsperioden ; en wel:

(1) van 8—13 jaren, op welken leeftijd de school verlaten wordt;

(2) van 13—19 jaren, op welken leeftijd iedere schoolleiding geeindigd is;

(3) van 19—30 jaren, gedurende welke periode een specialisatie van beroepsgeschiktheid plaats vindt.

(4) van 30—65 jaren, waarin het geleerde praktisch wordt toegepast ;

(5) van 65 en daarboven

Deze wijze van tellen komt mij voor, voor bibliotheekstatistieken de gewenschte te zijn.

(b) Gewenscht is te weten, hoeveel bezoekers per dag, per week, en per jaar komen, en in welke afdeelingen.

Daar het aantal bezoekers der lees- en studiezalen niet uit de lijst van inschrijvingen kan blijken, telle men in de krantenafdeeling op gezette tijden, bijvoorbeeld om het uur, het dan aanwezige aantal. Een zelfregistreerend tourniquet (Dresden, Lesehalle) of de portier kan dit werk geregelder en nauwkeuriger doen.

Voor de studiezalen geve men vrouwlijk en manlijk bezoek afzonderlijk op.

(c) Bij het opmaken der uitleencijfers wordt gebruik gemaakt van de met den dagstempel gemerkte boekkaarten of de stempels van het blanco vel (zie § 267) en van de konto-kaarten.

In aanmerking komen voor de algemeene, officieele statistiek: het totaal aantal lezers, het totaal aantal uitgeleende banden (niet boeken), het aantal uitleeningen uit één rubriek.

Voor bijzondere statistische doeleinden houde men bovendien aanteekeningen van: het totaal van door één persoon gelezen boeken; het totaal aantal uitleeningen van ieder boek afzonderlijk.

Voor de rubriekopgaven zie men sub e.

(d) Het aantal in lees-en studiezalen gebruikte boeken (b a n d e n), kan men geteld krijgen, óf door de bepaling te maken, dat geen

Sluiten