Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

scheid ten volle tot zijn recht kunnen komen, daar, zooals reeds boven werd opgemerkt, de Angel-Saksische Public Libraries zoowel de zuiver wetenschappelijke als de onderhoudende lektuur opnemen; aan haar personeel derhalve eischen stellen, die in andere landen aan twee typen van bibliotheekpersoneel worden gesteld. Met deze omstandigheid zal in voorkomende gevallen rekening zijn te houden.

281. Met opzet zal ik iets langer bij het personeelvraagstuk stil staan, en in enkele gevallen zelfs buiten het bestek van dit overzicht treden.

Er valt m.i. ernstig te wijzen op een opvallend en te betreuren verschijnsel in de algemeene Nederlandsche bibliotheektoestanden: het volslagen gebrek aan eenige organisatie. Het geheele bibliotheekwezen verkeert ten onzent in een toestand van onzekerheid, waarvan de onaangename gevolgen vooral het personeel treffen.

Nog steeds zijn de eischen, aan bibliotheekpersoneel gesteld, uiterst vaag en onzeker. Zelfs de rijksbibliotheken stellen geen geformuleerde eischen ; bij gebrek aan beter wordt een academische graad zonder eenige vakkennis daarbij, reeds als aanbeveling bij sollicitatie aangemerkt. Maar ook het werkzaam geweest zijn in een boekhande 1, wordt voor bibliotheekdienst voldoende geacht.

Als beroep kent men het bibliotheekvak niet. Iedereen kan volgens de communis opinio in een bibliotheek aan het werk worden gezet; het is een maklijke, veel vrijen tijd voor studie en liefhebberijen vrijlatende bezigheid, uiterst geschikt, — als vóór nog niet zoo heel langen tijd een archief —, voor personen, die elders niet zoo goed terecht konden, of een kalme werkkring begeerden, zonder op een goede financieele salarisregeling te behoeven te letten.

282. Pogingen om in dezen toestand van onzekerheid en wanbegrip verbetering te brengen, mogen en zullen niet uitblijven. Ik meen, waar het onderwerp, zij het dan ook nog schuchter, in den laatsten tijd meermalen is aangeroerd, de gelegenheid te baat te mogen nemen, hierop ernstig te wijzen. Te meer omdat thans nog de mogelijkheid bestaat, in een toekomstige organisatie van het bibliotheekberoep de opkomende beweging voor Openbare Leesmusea te betrekken; terwijl anderzijds deze beweging een gunstigen invloed kan uitoefenen op algemeener waardeering en juister begrip van: bibliotheekwerk.

Ik wil deze inleiding besluiten met een staaltje van schromelijke vergissing, die alleen in een land met wat achterlijke bibliotheektoestanden kon begaan worden.

Sluiten