Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

personeel van Openbare Leesmusea voordoen, betreffen deels de werkzaamheden, deels de persoonlijkheid, deels het geroep van den bibliothekaris.

Een samenhangend, hoewel nog in geene deele volledig beeld van de werkzaamheden van het personeel in Openbare Leesmusa, kan men aan de hand der voorgaande paragrafen bekomen. Onvolledig zal zulk een beeld wel steeds moeten blijven : de kleinigheden, die het verband vormen tusschen dagelijks wederkeerende bezigheden en die alleen de ervaring kennen kan, laten zich niet, en allerminst voor bibliotheekwerk beschrijven: «Library work is never done», zegt men in Amerikaansche bibliotheken met een variatie op een bekend rijm.

Wij zullen ons thans meer bezig hebben te houden met die zaken, welke het beroep tot maatschappelijke functie maken. En ook hier verwachte men niet, dat het geheele onderwerp ten einde toe kan worden behandeld. Ik zal mij moeten beperken tot enkele grepen in de rijke stof, en wel voornamenlijk wil ik de aandacht vestigen op: de geschiktheid voor het beroep, de opleiding, en de economische positie van den bibliothekaris.

Dat ik mij bij deze bespreking geen te nauwe grenzen stelde, deelde ik overigens reeds hierboven mede.

292. Geschiktheid. Wanneer wij spreken van de al of niet geschiktheid van personen voor het werk in bibliotheken en Openbare Leesmusea, zoo bedoelen wij niet, dat het aantal verwachte eigenschappen alle, en alle in even groote mate in die personen aanwezig zullen moeten zijn.

Maar door het opsommen van een aantal kenmerkende eigenschappen, zal het gemakkelijker vallen personen, die in het bibliotheekvak willen werkzaam zijn, voor zich zelf te doen beslissen, of zij lust en roeping gevoelen deze richting uit te gaan, èn of zij den aanleg daarvoor bezitten. Teleurstellingen, zoowel voor hen als voor den bibliotheekleider, zullen daarmede eenigszins voorkomen kunnen worden.

Ook kan zulk een opsomming medewerken om een einde te maken aan het zeer verspreide idéé, dat ieder voor bibliotheekwerk geschikt is. En toch is niets minder waar. Deeisch:«de bibliotheek voor den bibliothekaris» sluit niet alleen het verlangen

!) Zie § 279—281.

Sluiten