Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK III

i

322. Inleiding. De zorg voor, het onderhoud van de instellingen, wier doel en werk in de voorgaande bladzijden werd uiteengezet, vraagt tenslotte onze aandacht. Zelfs zou men met eenig recht kunnen betoogen, dat wij eigenlijk eerst hier tot de kern van het vraagstuk der Openbare Leesmusea genaderd zijn. «Ohne Geld steht selbst die Civilisation stille», is reeds vroeger met het oog op de eischen van volksbibliotheken en Openbare Leesmusea gezegd. ')

Men zal toch de ervaring opdoen, dat maar zelden personen weigeren te erkennen, dat Openbare Leesmusea bij het sociaalpaedagogisch werk een zeer te waardeeren steun kunnen zijn. Men zal zelfs gaarne de geboden voordeelen aanvaard vinden, en het werk en het doel der instelling als gezond en nuttig geprezen.

En niet minder instemming zal te oogsten zijn, wanneer het goed recht wordt bepleit op passende huisvesting, doeltreffende uitrusting en een voor zijn taak berekend personeel.

Men zal er echter op bedacht moeten wezen, dat Openbare Leesmusea op verre na niet zullen kunnen uitkomen met de bescheiden middelen, waarover de oude volksbibliotheek de beschikking placht te krijgen. Integendeel: het veel omvattend werk, dat reeds vaneen aan zijn doel slechts eenigermate beantwoordend Openbaar Leesmuseum verwacht mag worden, eischt zeer belangrijke en vooral: geregeld vloeiende bijdragen.

Het bijeenbrengen, de gestadige aanvulling, het onderhoud van de boekenschat; de verspreiding der boeken over scholen, woningen en werkplaatsen, door reizende- en hulpbibliotheken ; de oprichting en het onderhoud van passende gebouwen en hulpgebouwen; de

G. S t u e c k r a d, Programm iiir das Gutenbergs-Jubilaum... Offenbach, 1837, S. 95.

Sluiten