Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onontbeerlijke, technische hulpmiddelen; de salarieering van een geschoold en in getale voldoend personeel: dit alles kan niet bestaan bij karig toegemeten middelen.

12? De vraag is dan: wie zal de zorg van oprichting en onderhoud op zich nemen? Zullen wij alle heil afwachten van belangstellende, ijverige, vooral bemiddelde particulieren; zullen wij deze taak bij voorkeur aan vereenigingen overlaten; zal het Openbaar Leesmuseum een onderwerp van gemeente-, van staatszorg uitmaken? Zullen wij den bezoeker en den lezer zeiven verplichten zijn gewenschte lektuur. de verlangde ontspanning, de begeerde kennis te betalen, telkens als hij zich tot de instelling wendt?

Dit zijn punten, die tezamen de kern van het vraagstuk der Openbare Leesmusea uitmaken. Een samenhangend overzicht van de verschillende richtingen, waarin een oplossing werd aangewezen en beproefd, wordt in de navolgende bladzijden aangeboden.

Ik wil beginnen, een overzicht te geven van de verschillende jaarbalansen van grootere en kleinere inrichtingen, in verschillende plaatsen en landen, onder verschillende systemen van beheer staande; verder mogen daarbij aansluiten overzichten van uitgaven over meerdere achtereenvolgende jaren, en eenige berek.ngen wat de kosten per hoofd der bevolking en per uitleen.ng zijn in verschillende steden en landen. , . ,

Daarop moge een overzicht volgen van de onderscheiden bemoeiingen van particulieren, van algemeene en bijzondere vereenigingen, van gemeente en staat, waarbij zich aansluit een uiteenzetting van de voor- en nadeelen van particulier initiatief en bemoeiing

van de zijde van het openbaar gezag. _

Het zal voornamelijk de Angel-Saksische wetgeving zijn, die hier onze aandacht vraagt, in zoover deze regelingen getroffen heeft voor de financieele zijde van het vraagstuk.

724. De oprichting. Reeds meermalen had ik gelegenheid er op te wijzen, dat noch de wijze, waarop de plannen voor openbare leesinrichtingen worden beraamd, noch de uitvoering daarvan, gelijken tred pleegt te houden met de gespannen verwachtingen, die men koestert over de te bereiken resultaten^ Zoo haalde ik als" voorbeeld aan, hoe de volksbibliotheek van oudsher bestemd was voor de zedelijke en geestelijke verrijking van minderbedeelden, doch dat daarbij doorloopend meer de bedeeling en

minder de verrijking op den voorgrond trad.

Wij zagen verder ook, dat de goede bedoeling van overtuigde

Sluiten