Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar men kan toch eenige argumenten te berde brengen tegen de wijze, waarop een tegemoetkoming in de kosten naar gelang der behoeften wordt gevraagd.

Men kan — en ik kom hier later vanzelf op terug — de vraag stellen, of van gemeentewege die leespenning, — als belasting , niet beter geheven zou zijn.

Dan meen ik aan het leesgeld als bezwaar te mogen aanrekenen, dat van ieder hetzelfde bedrag moet worden gevraagd, en geen rekening kan gehouden worden met ieders financieele draagkracht: de mindergegoede zal voor een boek evenveel aan huurgeld te betalen hebben als de meergegoede, en het eenig resultaat zal zijn, dat mi n d er gelezen wordt: minder onderhoudende lektuur vooral, en daarover juicht Reyer1) en prijst den leespenning als een correctief tegen fiction-lezen. Maar door wie wordt minder onderhoudende lektuur begeerd? üoor dezelfde personen, aan wie Reyer zelfs wel mindere-rangs-auteurs wil toestaan: de onbemiddelde minder ontwikkelde.2)

Ik voel hier een inconsequentie, die zelfs niet op te heffen is, wanneer, zooals te Weenen, een zekere progressie van leesgeld wordt in acht genomen, n.1. in de buitenwijken minder, in de binnenwijken méér, en in de centrale het hoogste leesgeld. Toevallig laat zich dit in Weenen vrij makkelijk doorvoeren, waar de bevolking naar standen en klassen in ringen om het centrum der stad woont. Maar zal dit overal door te voeren zijn.' Maakt men zóó geen «standen «-bibliotheken ? F.n wordt de administratie niet op deze wijze onnoodig verzwaard?

348. Ik meen nog een bezwaar 3) tegen het vragen van leesgeld aan te kunnen voeren, door te wijzen op het feit. dat het telkens vragen van zelfs een geringe som, de strekking heeft menschen af te schrikken. Niet te bewijzen is dit natuurlijk, waar van den aanvang af leesgeld gevraagd werd, doch duidelijk wordt dit

'•) Zie § 119.

') Zie § 113.

3) Op de grens van voor- of nadeel ligt het door Reyer meegedeelde, in Weenen waargenomen teit, dat personen boeken uit de boekerij huurden en onderverhuurden aan vrienden en kennissen ten eigen bate: iets wat bijna niet denkbaar is als ieder kosteloos kan leenen, en elders naar mijn weten nimmer is waargenomen. Naast het voordeel, dat zóó de boeken meer in omloop raken staat het nadeel, dat zij sneller slijten zonder eenig voordeel voor de boekerij en de terugbezorging op tijd veel te wenschen overlaat. Zie: E. Reyer, Kritische Studiën zum volkstiimlichen Bibliothekwesen der Gegenwart. Lpz. 1905, S. 5.

Sluiten