Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bieden aan de stedelijke autoriteiten, of, ten derde jaarlijks in de aanschaffing van boeken bij te dragen door middel der contributies van hen, die belangstelling bezitten. Verder mag en kan m.i. het particulier initiatief, wat de financieele zijde van het vraagstuk betreft, niet gaan.

374- Openbaar gezag. Wij zullen ons, wanneer wij in belangrijke bevolkingscentra Openbare Leesmusea van eenig meer sociaalpaedogische beteekenis dan de oude volksbibliotheken wenschen, ons dikwijls bij voorkeur hebben te richten tot het openbaar gezag.

Met opzet moet hier een gereserveerde houding aangenomen worden, omdat voor de bemoeiingen van de zijde van het openbaar gezag óók maar al te dikwijls in dezen de raad van pas is: «wacht liever nog eenige, desnoods nog vele jaren, dan dat op voorbarigen, onsoliden grondslag de instelling gebouwd wordt». ')

Want, zooals wij zullen zien, kunnen gemeente en staat op zeer verschillende wijzen zich het lot der instellingen aantrekken; meermalen zelfs zóó, dat zonder eenig voorbehoud nog aan particulier initiatief de voorkeur moet worden geschonken.

Maar toch, en ik wil dit motiveeren, zal in den regel bij voorkeur de zorg voor de instelling opgedragen moeten worden aan. de openbare, liefst plaatselijke autoriteiten.

375. Behalve de geldelijke motieven namelijk, moeten wij enkele argumenten bezien, zoowel van vóór- als van tegenstanders van inmenging van de zijde van het openbaar gezag.

Vereenigingen, wordt eenerzijds beweerd, zijn vrijer in haar beweging dan openbare bestuurslichamen: zij kunnen krachtiger, openlijker propaganda maken voor de instelling, persoonlijke invloeden doen gelden in eigen kring van belangstellenden.

Vrijer zijn zij ook in de keuze en aanschaffing van boeken en tijdschriften, daar zij geen rekening hebben te houden met het politiek of religieus mogelijke en onmogelijke.

Onverschillig noemt men de autoriteiten en ambtenaren, wanneer eenmaal de instelling als tak van gemeentezorg is erkend; onverschilliger noemt men zelfs het publiek ten opzichte van hetgeen van de zijde van het openbaar gezag wordt ondernomen, dan wanneer particulieren er zich moeite voor geven. 3)

Er wordt gewezen op het gevaar, dat de bureaukratische, trage

1) Zie § 325.

2) Zie b.v. de Handelingen van het 22e Ned. Taal- en Letterk. Congres te Arnhem. Arnhem, 1894, bl. 111 seqq.

Sluiten