Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zulk beheer geplaatst, eigendom der bevolking gevoeld wordt1); ieder karakter van bedeeling vervallen kan, samenwerking met het plaatselijk onderwijs lichter te bereiken is.

376. Tot zoover is in het algemeen vóór en tegen over elkaar gesteld Wanneer wij thans meer in bijzonderheden nagaan, wat

de gemeente, wat de staat voor Openbare Leesmusea en volksbibliotheken doet en doen kan, zoo moeten wij kritischer, zelfs ietwat gereserveerder houding aannemen, ten opzichte van de wijzen waarop het openbaar gezag zich met het bibliotheekwezen heeft ingelaten en inlaat. Ik zeide reeds, dat meermalen particulier initief te verkiezen is boven de zorgen, van deze zijde besteed.

Wij zien inderdaad op het vasteland van Europa te dikwijls bibliotheektoestanden door staat en gemeente geschapen of in leven gehouden, welke totaal onvoldoende te noemen zijn ; meest stammen uit een tijd, toen staat en gemeente nog huiverig waren zich de zorg aan te trekken voor algemeene ontwikkelingszaken; wat uit deze bronnen vloeit, verdient meerendeels geen beteren naam dan bedeeling, die wij reeds in de pogingen van de zijde van het

particulier initiatief afkeurden.

Bezien wij het door de gemeente ondernomene, zoo ontmoeten wij het eerst de subsidie, de dikwijls belachelijk geringe subsidie, aan particuliere vereenigingen ééns of jaarlijks geschonken: andere aemeenten geven gemeentelijke gebouwen, die ongebruikt — en dikwijls niet zonder reden ongebruikt — staan, 111 bruikleen. In eigen beheer genomen Openbare Leesmusea getuigen vaak evenmin van diepere belangstelling: wij ontmoeten hier geheel uit eigen middelen, zonder eenige wettelijke regeling of dwang opgerichte instellingen; en zulke die de middelen puttten uit bij wet aangewezen bibliotheekbelastingen.

Wij zijn daarmede genaderd tot hetgeen de staat in het belang van Openbare Leesmusea kan doen. En ook hier kan men niet onverdeeld prijzen. Wij zullen ministeneele aanbevelingsnota's te citeeren hebben, waarvan zeker niemand eenigen invloed verwachten kan ; ook hier zien wij subsidies geschonken, doch te gering en vooral, te zeer versnipperd over talrijke plaatsen en plaatsjes en met te weinig waarborgen, dat het geschonkene ook goed besteed wordt. Wij zullen hetzelfde kunnen opmerken over organen van den staat, provinciale besturen, enz.

') Zie b.v. Ur. Zacher, Volksbibliotheken. In: ZAW. 1897, S. 15.

Sluiten