Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dreiging en onontkoombaar noodlot, de ware, onzichtbare, toch overal rondzwervende abstractie: Den Dood. Toen Royaards »die Doot«, smeekte om uitstel, kromp hij samen onder de reusachtige stille vleermuiswiek van het dreigende, zwarte visioen. En zoo huiverig van zachte angst-siddering klaagde de stem, kreupelde de houding en krampte het gebaar, dat het geheel werd een innerlijke ontzetting van Elckerlyk's bangste benauwingen. Ik voelde geen wezen meer buiten hem, Elckerlyk toesprekend, dat Elckerlyk opriep, maar het werd geheel naar-binnen getrokken. Hij spéélde zijn sensatie, zijn obsessie en al de innerlijke folteringen van een in angsten zwalpend gemoed. Geen oogenblik bestaarde hy den Dood als wezen; dat was juist de verrukkelijke vergeestelijking in zijn spel. Dat zou geen ander acteur zoo hebben gevoeld. Ook Verkade begreep die houding.

Tooneelspelers onderling, als zij voor elkaar spelen, willen allereerst d'aandacht concentreeren op het «zeggen*, op spel-techniek, op phraseering, op gaan en komen, op betoning, op den ui terlij ken vorm der uitbeelding, op declamatie en suggestieve klank-werkingen. Ze begluren handen, beenen, armen, gezicht, houding, gang. Ze beluisteren nerveuze geluidsbuigingen, stemhaperingen, rolvastigheid, en zoo meer. Ze begluren vooral hoe hy of zy »het doet«. Zelden maar worden zij geroerd door de schepping zelve. Precies als by musici die elkaar Bach en Beethoven voorspelen. Wat instrumentaal gedaan wordt,... toontrekken, phraseering, dynamische techniek, dat wordt gezien en

Sluiten