Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik hoorde Flesch.

Wat is er toch van aan, van zyn z.g. »koudheid« en onontroerbaarheid? Van vakmusici hoort men dat niet, en van recensenten ook niet. Die scheppen meestal een reputatie en hebben zich te houden aan eigen woorden. Maar van onbevooroordeeld publiek wèl! En publiek heeft eenige redenen.

Carl Flesch is een psychologisch complex van merkwaardige voel- en denk-eigenschappen. Hjj doet niets aan snobistische pralerij van artistiekerige cultuur-conventies. Geen lang haar, geen flapperdas, geen bezwjjmings-blik, geen zoet verleidings-spel van co^et-bestudeerde standen. Hij mist Paganini-romantiek en interessante bleekigheid van koonen. Uitwendige attributen van artist-zyn kunt ge nergens aan hem vinden. En zoo van ver bekeken lykt hij koel, hooghartig, 'n beetje verwaand, over 't paard getild door aangehouden bewondering, maar overigens correct, hoffelijk en serieus.

De psychologische ontleding van 's mans karakter zou in finessen wellicht verband kunnen aanwezen tusschen zekere spel-eigenschappen en uiterlyken levensvorm. Maar dieper naar binnen gekeken ljjkt Flesch my nog een heel ander wezen.

Laat ik eerst iets zeggen van zijn techniek.

Van een onberispelijke klaarheid is deze, van een saamgedrongen, bjjna betoogende duidelijkheid en massieve innigheid. En tóch niet academisch, dor, straf en koel. Integendeel, zjjn toon is van een warme, milde weekheid en ronde, volle, machtige klank-vaste

Sluiten