Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

historie slachtoffer van de tweede zou blyken, in dezelfde mate als de oudjes vóór 80 het van de éérste werden!

Hier de vraag dus: wie dezer twee rechters heeft gelijk? Men kome hier niet aan met een min-of-meertheorie: »Min of meer heeft Kloos dit, en Gutteling dat toegegeven enz«. Het gaat om essentiëele dingen.

Kloos, toch stellig een groot dichter, heeft hier een middelmatig knoeier en »vuns rhetoricus«, een zicht beloofd op het allerhoogste dichterschap... »een der eersten onder de eersten«.

Is nu de heer Gutteling een brutaal schreeuwer? Maar de heer Gutteling, al is zyn eigen betoog- en ontleedstijl vaak van een afschuwelijke misluktheid, geeft toch citaten, bewyzen, toont fouten en gebreken aan. De heer Gutteling is bovendien zélf een begaafd jong dichter genoemd!

Hm!hm!

De zaak wordt zeer ingewikkeld. Ook de heer Scharten heeft Scheltema in Gids en Kroniek naar den zevenden hemel gecritiekt. Ook hy gaf uitbundigen lof, had last van critische bezwijmingen.

Er is meer.

In ons land leeft een dichter, Frans Bastiaanse. Deze is zalig verklaard door de Schartens, dr. Boeken, e.a. Ook dézen »grooten« dichter smakt de heer-beul Gutteling hardhandig uit den schoonheids-tempel, nu met een zeer doorwerkt, ook beter leesbaar proza. Schoon in t algemeen het proza van den heer Gutteling geesteloos en weinig fijn van sarcasme is; eer grof van

Sluiten