Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— H\j vindt alleen één ding goed in hem... ga je hardnekkig voort.

— Bedaar, lieve jongen, zie je de menschen niet om je heen schateren. Haal je schouders op en loop door.

Zoo sust men verbij stering tot tamme onverschilligheid.

Maar wéten, zie je: weten dat dié groot, die klein, die gezwollen, die groot-lyrisch, die episch en die heelemaal-niets is, doen ze 'tallemaal!!

Ten slotte mijn eigen oordeel nog over de critische, ik zeg niét algemeen-aesthetische waarde dezer bundels III en IV van Kloos' »Veertien Jaar Literatuur-Geschiedenis».

Als criticus heb ik Kloos nooit van werkelijke, diepgaande beteekenis gevonden. Tallooze keeren heb ik mij openlijk verzet tegen zijn roekelooze en dwaze aanprijzingen en over-'t-paard-tillen van jonge krachten die nog allerlei vormingen, om te rij pen, moesten ondergaan. Tallooze keeren heb ik er op gewezen dat z\jn afkeuringen evenals z'n bewonderingen kant noch wal raakten.

Mijn vereering voor zijn vroeger groot dichterschap sloeg nooit over op den criticus. Van Deyssel, voor m\j als psychologisch en aesthetisch beoordeelaar van eindeloos meer beduidenis dan Kloos, heeft in zijn adoratie voor dien dichter ook bijna altijd den critischen prozaïst betrokken. Dit acht ik zeer onjuist! Ongetwijfeld heeft Kloos in zijn oude kronieken, vooral over poëzie, soms prachtige dingen geschreven. Zijn stuk overPerk is van buitengewone en nooit verbleekende schoonheid, ook al beschouw ik de dichter-figuur Perk

Sluiten