Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nog gansch anders dan hjj. Maar de Kloos der latere kronieken is van een, zelfs zijn eigen vroeger critisch schoon, geheel vernederende minderwaardigheid. In Noord- en Zuid-Nederland wordt over roman-kunst doorloopend de grootste onzin geschreven door toch wel begaafde schrijvers. Maar zoo fel als Kloos zich bedriegt in z'n aanprijzingen van romanschrijvers en novellisten neen, er is geen tweede voorbeeld van.

Kloos, als lyrisch dichter buitengewoon, heb ik niettemin als plastisch en dramatisch schepper van een zeer beperkte psychische levenskracht en diepzinnigheid gevonden.

Na de uiting van een reeks verrukkelijke gedichten was Kloos uitgebrand.

Zoo iets mag nu zeer onaangenaam klinken voor een man, die zóó groot zich eens als lyrisch dichter gegeven heeft, in zoo gedragen-muzikalen styl; het moet niettemin gezegd worden om der eerlij kheidswille! En ik zeg 't nu heel kalm, en in schijn alleen met verstandelijke nuchterheid. In mijn ziel heeft het vaak gekraterd over Kloos' ondergang als dichter en criticus. Want zoo één dichter voor ons land, voor onze taal, onze kunst in goddelijke verrukkingen heeft geleefd, dan was hij het, en zoo één tragisch is doodgebloed, ook dan weer Kloos! Niet Van Deyssel, niet Van Eeden, niet Verwey zijn uitgebloeid, maar Kloos is gansch en al verzwakt in oordeel en critiek, en zal m. i. nooit meer iets kunnen geven dat 't bij z'n eerste bloeiperiode haalt.

Dat hjj vér onder de grootheid van een Shakespeare,

Sluiten