Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

loofd werd. Maar bewerkt of niet, Jacobs is een zeer handig en een zéér pakkend chansonnier. Hjj zong van... och neen, die liedjes, laat ik ze niet ontleden, want als je ze ontleedt valt de onbenulligheid zoo op! Waarheden als koeien, rijmen als koektrommels zoo log. Maar neem die liedjes, als een brokje wrange ironie, als smartuiting, als craquerie, als moreele snoeverij, soms huilerig, soms woest, soms sentimenteel en dikwijls van een warme, diepe bewogene menschelijkheid, en ge verlangt niet op de literaire kern integaan. — En al voel je nu en dan het dikopgelegde, er mee spotten zul je toch nooit, want dit alles is te vreeselijk, te rauw, te wreed-van-waarheid. Jacobs kent de prostitutie-toestanden zeer goed. Hij weet, voelt, doorziet en begrijpt en maakt zijn slotsom in de stilte van zijn binnenste. Hij zingt liedjes van een stekelige, boertige kracht, van een innig-schimpende zuiverheid, vooral de huichelarij-tronie wondend met nagel-scheuren van haat en afschuw. Zoo'n harpoen-klauw die inhaakt in vooze moraal en gedrochtelijke gevoelsvervalschingen is altijd op zijn plaats, al wordt er gekermd en gekreten! Hij zingt liedjes die het dadelijk doen, met krachtig leidmotiefje, niet onmuzikaal, afbrekend en afsnauwend en van een brutaal impressionisme, maar raak, wrang, schrijnend en tergend.

Soms daalt hij met lied en zang af tot den slaperigen en gaperigen volksdeun; dan gaat er een vulgair klankgejank door zijn piano, met wat flodderige en slobberige accoorden begeleid; kom je in een »dakkamertjes-poëzy«, is er pathos-rijst-en-brij, met kaneel

n

Sluiten