Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den adem van ieder ding met z'n onnaspeurbaren gang wil zij vangen vóór hij verdwijnt in d'atmosfeer.

Als «Stille Wegen» wil dit boek zyn een verbeelden van de ziel in haar onzintuigelyke levens-verwevingen, in haar diepste mysterie-verbindingen met 't ómlevende. Maar juist de anatomische dorheid der beelden en vergelijkingen maakt dit boek tot een droeve verschrompeling en mislukking. Ook Rousseau was 'n pathologisch-veroordeelde, een wezen, levend in voortdurende onvereenigbaarheid met menschen en toestanden óm hem. Maar de diepste psychiek van z'n pathetische natuur verstrengelt zich telkens met den kleurigen groei en de verwikkeling van zijn en anders lotgevallen. E. S. geeft in haar bekentenissen telkens den dooden formule-vorm van wat misschien eens lévend in haar was. Haar boek is een zelf-registreerende klapper van waarnemings-feiten, met de harde, strakke trekken van een onvermurwbaren katechismus. Als Rousseau begint met zyn aandoenlijk: »Je forme une entreprise qui n'eut jamais d'exemple, et qui n'aura point d'imitateur. Je veux montrer a mes semblables un homme dans toute la vérité de la nature et eet homme, ce sera, moi, moi seul. Je sens mon coeur, et je connais les hommes«, dan voelen we dadelijk een sfeer van wonderlijk-echte menscheljjkheid om ons heen. — En telkens in dit boek van Rousseau voel je het leven van hèm en van anderen. Zijn naar binnen blikkende ziel is niet blind voor de dingen buiten hem! B\j E. S. is de analyse als een redeneer-woede, een zich zelf in dorren drang verterende operatie-woede van

Sluiten