Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dé ziel langs zwevend, dan als een donderwoord door bergwanden terug-gekaatst. Zy n Vry dagavonden hebben hem visioenair geluk geschonken, gelijk zy dat doen aan ieder droomer en ziener, soms wel heel angstig geluk om het bang-grootsche, het somber omnevelde, het melancholiek-zangerige, — want schier alle Joden verwerken alles tot melodie en muziek, muziek is hun diepste binnenste, hun innigste leven, — maar toch geluk. Dan heeft hij zich gevoeld als een kamper, een woest stryder uit de dagen van den grooten koning David, den held met zijn harp weer, die zich zélf omsprenkelde met den droeven zang van zijn weemoedsinstrument, en al zijn heldendaden liet wegkabbelen op den stroom van zijn vurige muziek-ziel; en dan weer heeft hij zich gevoeld als een verjaagde uit het land der zengende zon en der tropische nacht-geheimen. De zons-ondergangen, hier in het Westen, bouwden met hun wolk-architectuur en wolk-vergroeiingen zijn Moorsche poorten en Arabische paleizen, zyn wit-marmeren muren en vervlamde zengende kleuren. En daar in den Westerschen hemel gebeurde het, als hy zijn Oriëntalen Vrijdagavond bezong, zyn ingaanden Sabbath, dat hy zag, vlak voor zyn aangezicht, de dakgloeiingen van Jeruzalem's huizen, de brandende violette schaduwen, het zwevende geelgoud van de stoffige, licht-omnevelde stad; dat hy vernam het gedruisch van karavanen, in feilen tooi begeesterd van kleuren, bezwymd van glansen; dat hij hoorde de harp van David en den vervoeringszang der wondere Sulamithe uit het wreed-schoone Hooglied.

Sluiten