Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat alles, gewekt door het lezen van een nuchter romannetje, waarin het bedrijf der kleine slagertjes wordt geschetst? Ja, ja! Goudsmit is dichter gebleven, en heeft de oud-Joodsche ziel getast, zooals alléén een droomer van zyn teederheid en zyn gevoels-fijnheid het vermag. Hy heeft de onvervalschbare schoonheid der oud-Joodsche moraal tot echt-zielsleven gemaakt, door een uitstraling van onaanraakbare innigheid, betast zooals een groot rabbyn, een man als Manasse Ben Israël, een heilige wetsrol met de zacht bekuste vingertoppen roert, terwyl een schok, een siddering van vrome verrukking door heel zyn lichaam rilt. O! hoezeer is deze ziel, die Goudsmit, door de teisteringen der kleine, vernielende levens-misère gelouterd. Hoe droef is zyn weemoed; hoe prangend zyn verlangen, hoe opgejaagd zyn teederheid, en hy zelf, in schyn zwaar en robuust van realistisch gebaar, in diepste wezenlijkheid terugschrikkend voor iederen harden en rauwen levensklank.

Ik zie dat alles; ik zie het in het mymerspel van zyn gepeinzen, waarin het leed nog leeft als de ingeslapen kleuren van een bloemperk in avond-schemer.

Er is veel nagemaakt marmer, met krullig-geteekend adernet en vlammenleven. Goudsmit geeft het échte marmer.

En zooals Couperus essentieel is een samenstelling van psychologie en.... odeur, zoo is in diepste wezen Goudsmit een samenstelling van realisme en.... Joodsche lyriek. Twee wezens-elementen, die nu nog in

Sluiten