Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het zingen is, geheel vry, komt daar achter de tweede zingende stem. En nu is het alsof, tusschen al andere varianten en modulatiën, die twee zingende hoofdstemmen doorelkaar heen willen vloeien, elkaar willen opnemen, omslingeren, dooreen ruischen, bijeen leven. En dan telkens het hoofdthema der eerste stem, als zij by'na genaderd is tot de in dominant-zingende tweede, met een donkere of lichte harmonische zwenking weer wèg van de tweede naar eigen rijk van zingende rhythmiek. Zoo'n lyrische en dramatische doorvoering der fuga, waarin 't hoofdthema telkens onder andere klank-glansingen aangelicht verschijnt, is 'n wonder van harmonischen en contrapuntischen zangbouw, en als een beneveling zweeft de klanken-wemeling óver en dóór je heen, de ziel in sidderende ontroering weggedoken latend in de diepste ontzag-stilte. Zóó is de fuga van het Brandenburgsch Concert niet tot me gekomen, nadat pas was voorafgegaan, de Ouverture B. kl. T. met zijn ouverture, de spelende glansingen van het Rondeau, de slepende Sarabandezang, de dans-klare Bourée, de polonaise van een toonzwevende gracieusheid, de spelende menuet en de zingende Badinerie.

Ik kon in dit concert ook Fiedler's spel niet beoordeelen; wat veel beter ging in de beroemde C i a c o n a. Even iets van de schepping zélve. Wat 'n enorm brok Bach-muziek is die Ciacona. Het is overweldigend te zien en te hooren 't bouwen, het massaal tóón-bouwen van Bach. Dat is alles bijéén, harmonie, melodie, fu-

Sluiten