Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1

f

rilt ge en staat ge verstomd om het feit, dat zoo'n klein instrumentje tot zoo'n klank-macht opgroeit, dat zoo'n teeder lyrisch wezentje, het achterkleinkind van de bas, daar zoo heerscht in de zaal, alles van de ziel aanraakt, gelijk een orchest. — De eene variatie verslindt de andere; het is een klank-weving, een breking van accoorden, één golving van meerstemmigleven, en de dreigende stijging van de dramatische kracht der klanken overrompelt je geheel en doet je sidderen van geluk. —

Het is werkelijk een waag geweest van Fiedler, om na twee maanden vacantie, waarin hij rondgeloopen heeft met een gezwollen pols, deze Ciacona te hebben gekozen als solo-nummer. Ik heb het hem gezegd vanavond: dat hij Bach nog niet spelen kan, met hoeveel lof de critiek hem ook bespreekt, «vlekkeloos technisch meesterschap«, «prachtige toon«, »mooi passage-spel«, enz., ik voel voor my dat Bach in Fiedler's spel niet opstaat. God, lieve menschen, zwijg toch even! Kent ge Bach? Beseft ge zijn enorme grootheid ? Lees wat Herman Rutters er over geschreven heeft nu pas, in het Weekblad voorMuziek. Volkomen waar. Bach is zélf een kathedraal. Een gregoriaansche kerkmelodie in al haar eenvoud ontroert hevig. Bach is zelf een deel der kerk, een altaar. Eens zei ik wat Bach is: »In Bach leven het vragende kind en de antwoordende reus. De melodie vraagt smekend, de harmonieën openbaren zich uit de gouden diepte van hun heerlijken klankenzang. Zijn melos golft en trekt lijnen over een oneindige ruimte.«

i.

Sluiten