Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

,0., dat reclainants verblijf te Oranjewoud was van tijdelijken aard, aangezien het noodwendig moest worden beperkt tot den duur van het aan hem verleende verlof;

,0., dat een ingezetene eener gemeente, die gedurende zijn vacantie of verlof in eene andere gemeente, hetzij als logeergast, hetzij als bewoner eener tijdelijke woning gaat verblijven, niet geacht kan worden zijn hoofdverblijf naar laatstbedoelde gemeente over te brengen, en zoodanig verblijf slechts als een tijdelijk vertoeven buiten de plaats van het hoofdverblijf kan worden beschouwd;

„O., dat wel is waar de reclamant, tijdens zijn verlof, te Leeuwarden van woning veranderde, zijne oude woning aldaar bij zijn vertrek naar Oranjewoud heeft ontruimd en zijne nieuwe woning eerst bij zijne terugkomst te zijner beschikking heeft gekregen, terwijl in dien tusschentijd het te Leeuwarden achtergebleven gedeelte zijner meubelen niet in een dezer woningen, maar elders was opgeborgen;

,0., dat echter deze verhuizing en het daarmede verbonden tijdelijk niet beschikken over eene woning te Leeuwarden het karakter van het verblijf te Oranjewoud niet kon veranderen;

„O., dat ten overvloede juist het achterlaten van een gedeelte zijner meubelen te Leeuwarden en de spoedige inhuring van eene nieuwe woning aldaar er op wijzen, dat de reclamant niet het voornemen had zijn hoofdverblijf naar Oranjewoud over te brengen;

„O., dat reclamant derhalve niet kan geacht worden in de gemeente Schoterland in 1904 zijn hoofdverblijf te hebben gehad;

„O., dat de vraag, of reclamant dat dienstjaar op grond van het bepaalde bij art. 245, eerste lid, nos. 2 en 3, gemeentewet belastingplichtig was, thans buiten beschouwing moet blijven, aangezien zoodanige belastingplichtigheid nooit grond tot een aanslag over drie maanden zou kunnen opleveren;

.0., dat hij derhalve ten onrechte over drie maanden in dat jaar in den hoofdelijken omslag is aangeslagen en deze aanslag niet kan worden gehandhaafd ;

„Is besloten:

„Toe te wijzen de reclame in beroep, met dien verstande, dat de aanslag worde geroijeerd." (led. Staten Friesland 27 Juli 1904; Gnn.it. 2810.

25. Een kapitein der artillerie werd met ingang van 12 December 1904 van Breda naar Gorinchem overgeplaatst en meldde zich op dien dag in laatstgenoemd garnizoen aan, waarna hij zich nog dienzelfden dag met verlof weder naar Breda begaf, vanwaar hij op 2 Januari 1905 naar Gorinchem verhuisde. De raad dezer gemeente sloeg hem nu over de maand December 1904 in den hoofdelijken omslag aan. Het enkele feit der overplaatsing, eerst later door eene verhuizing gevolgd, behoefde

Sluiten