Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woonplaats is of zijn zal, hij echter vergeet, dat voor dat onvermogen in de plaats treedt de wilsuiting van den curator en dat deze dientengevolge bepaalt, waar de woonplaats van zijn pupil zijn zal; dat ook de overige genoemde omstandigheden in casu niet meebrengen, dat Uithuizen als het hoofdverblijf van G. D. moet worden aangemerkt; dat toch vaststaat, dat zij 21 April 1881 Uithuizen heeft verlaten, daar nimmer is teruggekeerd en alzoo sedert dien tijd geen verblijf heeft gehad; dat evenmin de omstandigheden, dat zij sedert het overlijden van haar vader gerechtigd is voor een kinds-aandeel in diens nog ongescheiden en onverdeelde nalatenschap, waarvan een groot gedeelte uit onroerende goederen bestaat, en deze voor een goed deel in Uithuizen zijn gelegen, daarvoor voldoende zijn, omdat ook in andere gemeenten een deel dier goederen gelegen is en de ligging van onroerend goed op zich zelf geen hoofdverblijf kan vestigen; dat daarvoor ook niet in aanmerking kan komen de omstandigheid, dat sedert 4 Februari 1887 de te Uithuizen wonende appellant de aan zijne curanda toekomende goederen administreert, omdat, al zou de administratie van iemands goederen meebrengen, dat de zetel van diens vermogen zoude zijn daar waar de administrateur woont, eene veronderstelling is, die in de wet geen steun vindt, evenmin als dat voor de bepaling van het hoofdverblijf in aanmerking kan komen de fictie der wet, dat de woonplaats van den onder curateele gestelde is bij diens curator;

„Overwegende, dat ook het onderling verband en samenhang dezer omstandigheden, waarop de raad in zijn besluit zich ten slotte beroept, Uithuizen niet tot hoofdverblijf van de curanda kan maken, omdat, als uit elk deiomstandigheden op zich zelve daarvoor geen gevolgtrekking kan worden gemaakt, alle verband in dit opzicht tusschen die omstandigheden ontbreekt;

„Overwegende eindelijk, dat het vermoedelijk ook niet in de bedoeling van den Uithuizer wetgever heeft gelegen om niet in de gemeente verblijf houdende onder curateele gestelde personen, wier curators in de gemeente wonen, in den hoofdelijken omslag in die gemeente aan te slaan, omdat volgens art. 3 der vigeerende verordening op de heffing van dien omslag daarin wel worden aangeslagen de in de gemeente verblijf houdende minderjarigen en onder curateele gestelden, ook dan als hun ouders, voogden en curators elders wonen, en de raad mitsdien blijkbaar het feitelijk wonen in de gemeente als eene omstandigheid heeft aangemerkt voor het hebben van hoofdverblijf." Ged. Staten Groningen 6 Januari 1899 nu. 123, 2e afd.; Genist. 2468.

46. Een reclamant achtte zich ten onrechte in den hoofdeliiken omslag der gemeente Sneek betrokken, daar hij als minderjarig leerling, wiens vader te voren elders belasting betaalde en wiens voogd dit toenmaals deed, niet belastingplichtig zou zijn.

Sluiten