Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„dat uit de omstandigheden moet worden afgeleid, dat appellant zijn hoofdverblijf heeft in de gemeente Hoogezand;

„dat niet is gebleken, dat in dezen een der gevallen aanwezig is, als bedoeld bij art. 245 sub 2, 3 en 4 der gemeentewet;

„dat appellant mitsdien in de gemeente Sappemeer ten onrechte in den hoofdelijken omslag is aangeslagen." I'rov. verslag Groningen over 1905.

48. Het antwoord op de vraag, of een aangeslagene in den hoofdelijken omslag, die ter vervulling zijner militieplichten in de tweede helft van Mei de gemeente voor een jaar heeft verlaten, afschrijving van zijn aanslag over 7 maanden kan worden gegeven, hangt af van de „omstandigheden" (zie art. 245, slot, gemeentewet), waaruit zal moeten afgeleid worden, of met het vertrek uit de gemeente ook het hoofdverblijf van den militieplichtige naar elders is overgebracht. Heeft hij zijne betrekking tot de vroegere woonplaats geheel afgebroken — zij het ook met de bedoeling die later weder aan te knoopen — dan is de vraag toestemmend te beantwoorden. Gemst. 2755.

49. In het V.V. der Tweede Kamer betreffende het ontwerp der wet van 24 Mei 1897 (St.bl. no. 156) werd aangedrongen „op verbetering deidefinitie van hoofdverblijf. Thans bestaat op dit stuk veel verschil van gevoelen. Bij wijziging der definitie zal ook beslist kunnen worden, of minderjarigen in den hoofdelijken omslag kunnen worden aangeslagen."

Daarop antwoordde de Regeering in de M.v.A.:

„Aan de Regeering is niet bekend, dat er behoefte bestaat aan eene verbeterde definitie van „hoofdverblijf," hetzij op zich zelf, hetzij in verband met den aanslag van minderjarigen.

„Minderjarigen zijn van de gemeentelasten niet vrijgesteld, indien zij door hun inkomen of hunne vertering daaronder vallen."

50. Hoofdverblijf naar art. 245 gemeentewet is niet noodzakelijk de woonplaats naar het burgerlijk wetboek, en dus ook voor minderjarigen niet noodzakelijk de woonplaats van art. 78 burgerlijk wetboek. Dit blijkt uit de in 1865 in art. 245 gemeentewet gebrachte wijziging, met name uit het toen aan het artikel toegevoegd laatste lid.

De beantwoording der vraag, waar minderjarigen, wier ouders overleden zijn, in den hoofdelijken omslag moeten aangeslagen worden, zal dus afhangen van de omstandigheden, waaronder het verblijf des minderjarigen in de gemeente buiten die van zijn voogd plaats vindt. Wijzen deze op een hoofdverblijf, dan moet hij aldaar worden aangeslagen en niet in de gemeente van zijn voogd. W.B.A. 2752.

51. Bij Kon. besluit van 29 Mei 1885 (St.bl. no. 124) werd vernietigd een besluit van den raad der gemeente Stad aan 't Haringvliet, waarbij was afgewezen het verzoek van een voogd om gedeeltelijke teruggaaf van den aanslag van zijn pupil in den hoofdelijken omslag aldaar, op grond

Sluiten