Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ring van de boekhouding en verdere handelingen van zijnen beambte te Amsterdam aanwezig is, en dus op eene geregelde gelegenheid om hem te zijnen kantore te spreken niet te rekenen valt, terwijl voorts dat kantoor niet zoodanig is ingericht, dat hij aldaar conferentie met cliënten over zaken van eenigszins belangrijken aard zou kunnen houden, hebbende hij aldaar geene eigen kamer, zelfs geene afzonderlijke afdeeling, waarin eene lessenaar of eenig ameublement zou geplaatst zijn, te zijner beschikking;

Overwegende, dat in art. 245, sub 2°., der gemeentewet voor de belastbaarheid persoonlijke uitoefening van het bedrijf wordt gevorderd;

.Overwegende, dat uit het vorenstaande wèl blijkt, dat. reclamant ter uitoefening"van een bedrijf, waarvan de eventueele baten te zijnen voordeele komen, te Amsterdam een kantoor heeft gehuurd, maar geenszins, dat hij genoemd kantoor beschikbaar houdt voor de persoonlijke uitoefening van dit bedrijf;

.Overwegende, dat voorts niet is gebleken, dat reclamant om eenige andere reden belastingplichtig is." Prov. verslag Noord-Holland over 1899.

112. Gehandhaafd werd de aanslag in de plaatselijke directe belasting te Amsterdam van een koopman, die meende aldaar niet belastingplichtig te zijn, omdat hij, hoewel te Amsterdam een kantoor en magazijnen hebbende, zijne zaken door eenen procuratiehouder liet waarnemen, terwijl hij zelf voortdurend op reis was en zich dus als reiziger voor

de zaak beschouwde.

Naar het gevoelen van Ged. Staten was art. 245, 2°., der gemeentewet op reclamant van toepassing, omdat, volgens zijne eigen verklaring, het kantoor te Amsterdam zijn kantoor en de hoofdzetel van zijn bedrijf was, en hij daar telkens terugkeerde, om de zaken met zijnen procuratiehouder te bespreken en te regelen. Prov. verslag Noord-Holland over 1900.

113. De directeur eener in de plaats zijner inwoning gevestigde naanilooze vennootschap was in eene andere gemeente, overeenkomstig artikel 245, sub 2°., der gemeentewet, in de plaatselijke belasting aangeslagen, op grond dat de vennootschap aldaar een bijkantoor hield, dat vier dagen per week geopend was, en de directeur moest geacht worden dit kantoor gedurende meer dan 90 dagen van het belastingjaar .tot persoonlijke uitoefening van eene betrekking voor zich beschikbaar te houden." De omstandigheid, dat de werkzaamheden in het bijkantoor door een bediende werden verricht, deed hieraan, naar de meening van het gemeentebestuur, niet af, aangezien het kantoor toch gedurende vier dagen per week voor den directeur toegankelijk was, bijgevolg voor hem

beschikbaar werd gehouden.

Met deze motiveering konden Ged. Staten van Noord-Holland zich

Sluiten