Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of ten kautore van anderen, met wie hij in betrekking stond; de inkoopen der firma gingen geheel buiten hem om en hij kwam ten kantore éénmaal per maand, behalve des voor-en najaars eens per week, telkens gedurende ongeveer eene maand; zijn zoon was in de zaak werkzaam en woonde in de betrokken gemeente.

Aangezien echter uit de overgelegde akte, waarbij de firma werd gevestigd, bleek, dat iedere vennoot het recht had ten name der vennootschap te handelen en met den naam der firma te teekenen voor alle handelingen het doel der vennootschap betreffende, werd de aanslag behouden op overweging, dat de vennoot, die de bovenomschreven uitgebreide bevoegdheid heeft, geacht moet worden het kantoor, waar zijne firma gevestigd is, beschikbaar te houden tot persoonlijke uitoefening van zijn bedrijf. Prov. verslag Noord-Holland over 1902; Genist. 2716.

120. Een fabrikant, wonende te Amsterdam, directeur eener vennootschap aldaar, welke steenfabrieken heeft in de gemeenten Wageningen en Lienden, diende bij Ged. Staten een bezwaarschrift in tegen de aanslagen in de plaatselijke directe belasting op het inkomen van eerstgenoemde en in den hoofdelijken omslag van laatstgenoemde gemeente.

Hij voerde daartoe in zijn beroepschrift aan, dat het beheer der zaken van de vennootschap uitsluitend wordt gevoerd te haren kantore te Amsterdam en de fabricage wordt overgelaten aan den ter plaatse aanwezigen opzichter, te wiens beschikking blijven de bij de fabrieken gelegen localiteiten, zoodat van eene persoonlijke uitoefening van een bedrijf door reclamant in gemelde gemeenten geen sprake konde zijn.

Ged. Staten hebben echter de aanslagen gehandhaafd uit overweging: „dat reclamant — volgens artikel 10 der door hem overgelegde akte van oprichting der te Amsterdam gevestigde naamlooze vennootschap — als directeur met het beheer van alle zaken, de vennootschap betreflende, belast en tot alle handelingen, daarvoor benoodigd, bevoegd is, zoodat hij ten opzichte der steenfabrieken te Wageningen en te Lienden geacht moet worden het betrekkelijke beroep of bedrijf persoonlijk uit te oefenen;

„dat wijders, volgens de berichten van de betrokken raden, door genoemden directeur op evengemelde fabrieken een kantoor of andere inrichting tot persoonlijke uitoefening zijner betrekking wordt beschikbaar gehouden en dat hij mitsdien valt in de termen van artikel 245, sub 2°., deigemeentewet." Prov. verslag Gelderland over 1903.

121. Door een ingezetene van 's Gravenhage werd gereclameerd tegen zijn aanslag ingevolge art. 245, no. 2, der gemeentewet in de gemeente Rotterdam, op grond dat hij de betrekking van directeur eener credietvereeniging aldaar geheel om niet vervult, en mitsdien bij hem van een belastbaar inkomen te Rotterdam geen sprake kan zijn.

Ged. Staten handhaafden dezen aanslag op grond, dat het vaststond,

Sluiten