Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat de reclamant, gedurende meer dan 90 dagen voor zich een kantoor tot persoonlijke uitoefening van zijn bedrijf of beroep beschikbaar heeft, en het daarbij onverschillig is, of hij als zoodanig al dan niet salaris of winstaandeel geniet. Prov. verslag Zuid-Holland over 1900.

122. Vernietigd werd de aanslag van een te Leeuwarden wonend fabrikant, lid eener aldaar gevestigde firma, die als forens gebracht was op het kohier der gemeente Barradeel — op grond dat hij in eene steenbakkerij aldaar een kantoor voor zich beschikbaar hield — en die tegen dien aanslag gereclameerd had. De beslissing van (ied. Staten steunt in hoofdzaak op de navolgende gronden:

„dat de zaken betreffende bedoelde steenbakkerij en pannenfabriek aan het kantoor der firma (te Leeuwarden) worden gedaan, dat daalde boeken worden aangehouden, de besprekingen worden gehouden, de bestellingen worden behandeld, de correspondentie wordt gehouden, de wissels worden betaald en wat dies meer zij, en dat daarheen de facturen komen; dat op het kantoortje, dat in de fabriek te Almenum (gem. liarradeel) is afgeschoten, wel de firmanten nu en dan verblijven, als zij die fabriek bezoeken, doch dat het meer is bestemd voor den baas; dat nl. de baas daar somtijds bestellingen aanneemt en wekelijks een verslag van zijne verrichtingen naar het kantoor te Leeuwarden zendt; dat hij voorts daar gelden ontvangt en betaalt, waarvan de verantwoording wederom naar het kantoor te Leeuwarden wordt gezonden; dat er echter geen boeken worden gehouden ;

„dat de bezoeken van reclamant of de andere firmanten derhalve dienen, zooals trouwens ook door reclamant is te verstaan gegeven, om na te gaan of de zaak goed marcheert en om het noodige toezicht te houden ;

„dat dan ook, naar het oordeel van Ged. Staten, niet kan worden gezegd, dat het kantoor te Almenum door reclamant beschikbaar wordt gehouden tot persoonlijke uitoefening van het bedrijf; dat immers de uitoefening van het bedrijf, voor zoover dit door reclamant in persoon geschiedt, plaats vindt niet in het kantoor, dat reclamant te Almenum beschikbaar houdt, doch aan het kantoor der firma te Leeuwarden. Ged. Staten Friesland 9 April 1902; Gemst. 2639; W.B.A. 2759 en 2836.

123. Krachtens de bepaling van art. 245, sub 2°., der gemeentewet was een elders wonend lid eener firma aangeslagen in de gemeente, alwaar die firma gevestigd was, op grond dat voor de uitoefening van de administratie der firma gedurende het gansche jaar een kantoor aldaar werd beschikbaar gehouden, dat reclamant aan het hoofd stond van die firma en bevoegd was met den naam der firma te teekenen voor alle handelingen, het doel der vennootschap betreffende, dat hij mitsdien moest geacht worden het kantoor, waar zijne firma gevestigd is, beschikbaar te houden tot per-

Sluiten