Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„dat die vennootschap te Middelburg haar kantoor houdt;

„dat wel door den reclamant in qualiteit van mededirecteur der vennootschap van dat kantoor kan worden gebruik gemaakt, doch dat niet kan worden gezegd, dat reclamant te Amsterdam wonende en aldaar kantoor houdende, het kantoor der vennootschap te Middelburg voor zich beschikbaar heeft gehouden tot persoonlijke uitoefening van het bedrijf;

„dat hij mitsdien ten onrechte op grond van art. 245, eerste lid, sub 2°., der gemeentewet is aangeslagen;

„dat de reclamant ook niet uit anderen hoofde in de bedoelde gemeente belastingplichtig is te achten." Prov. verslag Zeeland over 1905.

127. Indien een elders wonende hoofd-firmant eener in de gemeente gevestigde fabriek geen 90 dagen in het jaar deze gemeente bezoekt, is hij hier alleen dan belastingplichtig, indien hij, ook buiten de dagen van zijn verblijf in die gemeente, gezegd kan worden het kantoor der firma voor zich beschikbaar te houden. Is hem b.v. op dat kantoor een afzonderlijk vertrek of zelfs maar een afzonderlijke schrijf- of werktafel gereserveerd, zoodat hij aldaar in het bedrijf werkzaam kan zijn ook buiten de vastgestelde dagen, dan valt hij o.i. onder art. 245, no. 2, gemeentewet en kan dus aangeslagen worden. Gemst. 2610.

128. Een ingezetene van Leeuwarden was bij Ged. Staten van Friesland in beroep gekomen tegen zijn aanslag als forens in den hootdelijken omslag der gemeente het Bildt, dienst 1905, en deze aanslag werd door dit college vernietigd op de volgende overwegingen:

„dat deze aanslag is geschied op grond dat de reclamant gedurende meer dan 90 dagen van het dienstjaar een inrichting of kantoor, in casu het kantoor, behoorende bij de zijn eigendom zijnde zuivelfabriek te St. Anna-Parochie, voor de persoonlijke uitoefening van zijn bedrijf in het Bildt. beschikbaar zou hebben gehouden;

„dat reclamant hiertegen aanvoert, dat die fabriek is overgegaan aan eene naamlooze vennootschap en geheel onder leiding staat van zijn zoon J. W. S. Jz.; dat de statuten dezer vennootschap den aanvang er van wel hebben gesteld op den dag, waarop de akte in de Staatscourant zou worden opgenomen, wat den 4en April 1905 heeft plaats gehad, maar dat de statuten reeds den lOen Februari 1.1. zijn geteekend en de fabriek reeds het geheele jaar 1904 voor gemeenschappelijke rekening van de in de akte vermelde aandeelhouders onder leiding van zijn zoon is gedreven;

„dat reclamants werkzaamheden, voor wat die fabriek aanging, zich, volgens zijne verklaring, beperkten tot het plegen van overleg met den fabrieksleider en dat het kantoor bij de fabriek geheel bestemd was voor de door dien leider te houden administratie der fabriek;

„dat deze verklaring wordt bevestigd door den inhoud der statuten

Sluiten