Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

162. Venietigd werd de aanslag in de plaatselijke directe belasting te Amsterdam van een lid eener aldaar gevestigde naamlooze vennootschap, die als lid van den raad van beheer belast was met de leiding der /.aken van die maatschappij, doch ingevolge eene regeling tusschen bestuurders onderling, krachtens de hun bij de statuten toegekende bevoegdheid getroffen, gedurende de beide laatstverloopen dienstjaren zijn beroep niet door persoonlijke aanwezigheid had uitgeoefend en mitsdien niet kon geacht worden te Amsterdam een kantoor of andere inrichting tot persoonlijke uitoefening van zijn bedrijf beschikbaar te hebben gehouden. Prov. verslag Noord-Holland over 1901; 11 .B.A. 2794.

163. De kamer in eene fabriek — eigendom eener naamlooze vennootschap — bestemd en gebruikt tot het houden der vergaderingen van commissarissen met den directeur, maakt commissarissen iliei vennootschap niet belastingplichtig ingevolge art. 245, eerste lid, sub 2°., der gemeentewet. Ged. Staten Groningen 15 Mei 1903 no. 130; W.B.A. 2815.

164. De omstandigheid, dat eene fabriek, vroeger eigendom van reclamant, is overgegaan in den eigendom eener naamlooze vennootschap, waarvan alle aandeelen op twee na toebehooren aan reclamant,

en de beide andere aan zijne twee kinderen, kan niet beletten, dat èn om het overwegend financieel belang, dat bij den gang van zaken reclamant behouden heeft, èn om de overigens gebleken omstandigheden, in casu art, 245, eerste lid. sub 2°., gemeentewet op hem van toepassing moet worden geacht. Ged. Staten Groningen 24 Juni 1904 no. 157; H B.A. 2874.

Verblijf houden.

Artikel 245, eerste lid, 3°.

165. Voor een aanslag op grond van no. 3 van art. 245 is niet de aanwezigheid op meer dan 90 dagen voldoende (zooals bij no. 4), maar is een verblijf gedurende dat tijdsverloop, dus een onafgebroken verblijf van meer dan 90 dagen in de gemeente gevorderd. Gemat. 2727 en 2782.

166. In de Gem.stem no. 2627 wordt gevraagd: Rekenen de dagen van aankomst en vertrek mede bij den termijn van art. 245, 3°., gemeentewet?

Hierop wordt geantwoord: Naar ons voorkomt brengt de uitdrukking „gedurende" mede, dat niet medetellen de dagen van aankomst en vertrek, welke men slechts gedeeltelijk in de betrokken gemeente heeft doorgebracht.

Sluiten