Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aangeslagen op grond, dat hij op meer dan 90 dagen van het belastingjaar werkzaam was ten kantore of in de zaak van de firma .... aldaar, en die bij Ged. Staten in beroep kwam van de afwijzende beschikking van den raad van Stad Almelo op het tegen zijn aanslag ingediend bezwaarschrift, erkende bij gezegde firma werkzaam te zijn geweest doch niet tegen loon en alzoo niet tot vervulling eener dienstbetrekking.

Ged. Staten hebben het beroep ongegrond verklaard en daarbij overwogen: „dat volgens art. 245, eerste lid, sub 4°., der gemeentewet niet alleen in den hoofdelijken omslag eener gemeente moet worden bijgedragen door hem, die in het belastingjaar op meer dan 90 dagen in die gemeente aanwezig is tot vervulling eener dienstbetrekking, maar ook door hem, die er in het belastingjaar op meer dan 90 dagen aanwezig is tot uitoefening van een beroep of bedrijf in een kantoor, winkel, werkplaats of andere vaste inrichting; dat appellant geacht moet worden te vallen onder de bepaling van art. 245, eerste lid, sub 4°., der gemeentewet en dat het feit, dat hij van de firma .... geen loon ontvangt, daarop van geen invloed is, omdat de wet geen onderscheid maakt, of het aanwezig zijn in een kantoor enz. tot uitoefening van een beroep of bedrijf plaats heeft om niet of tegen betaling van loon." Prov. verslag Overijssel over 1900.

179. Ged. Staten van Noord-Holland vernietigden den aanslag van een Rijks-zeeloods, welke, met zijn gezin te Terschelling wonende, tijdelijk op den uitlegger te Vliereede werd gedetacheerd en door het gemeentebestuur van Vlieland, ingevolge art. 245, sub 4°., der gemeentewet, in den hoofdelijken omslag was aangeslagen, op grond, dat „hij bij „het Loodskantoor was ingeschreven, aan dat kantoor zijne certificaten „moest inleveren,'van dat kantoor zijn maandgeld ontving en geene andere „diensten verrichtte, dan schepen van de Vliereede naar zee te brengen."

Zij waren evenwel van meening, dat de Vliereede, en alzoo ook de daar gestationneerde uitlegger, niet kon geacht worden te behooren tot het grondgebied der gemeente Vlieland, welke volgens het procesverbaal van grensregeling „ten Noorden grenst aan den oever van de „Noordzee, loopende van het Eijerlands Gat, noordoost op tot aan de „haven, van hier langs den oever der Zuiderzee, of pierveld, en Hors, „tot aan meergenoemd Eijerlands Gat," weshalve reclamant naar hunne meening uiet behoorde bij te dragen in den hoofdelijken omslag te Vlieland. Prov. verslag Noord-Holland over 1904; W.B.A. 2951.

Zie hierbij ook aant. 35 op blz. 29.

180. Een elders wonende fabrikant, die in de gemeente eene fabriek heeft, daarop meer dan 90 dagen in een jaar komt en dan de zaken bespreekt en regelt met den meesterknecht in diens huis of op de fabriek doch zelf daar geen kantoor heeft, kan als forens worden aangeslagen krachtens art. 245, 4°., der gemeentewet. Gemst. 2707.

Sluiten