Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ingesteld beroep niet-ontvankelyk was, vermits bij Ged. Staten wel bezwaren kunnen worden ingebracht tegen het bedrag van den aanslag in den hoofdelijken omslag, maar niet tegen de weigering van den raad om afschrijving van dien aanslag wegens beweerde woonplaatsverandering te verleenen. I'rov. verslag Noord-Brabant over 1902, Oem.it. 2706 ; klem 1903, Gemat. 2763; idem 1904, Gemst. 2808; W.B.A. 2967.

In gelijken zin Gemst. 2317 en 2448.

245. I)e raad mag het recht op afschryving of' restitutie van plaatselijke belasting niet tot een bepaalden tijd beperken. Gemst. 2457.

246. Zoolang niet door het overleggen van eene schriftelijke volmacht blijkt, dat het door een derde gedaan verzoek om teruggaaf van hoofdelijken omslag inderdaad moet geacht worden van den aanvrager afkomstig te zijn, kan daarop niet beschikt worden. Gemst. 2506.

247. Het bevolkingsregister beslist niets omtrent belastingplichtigheid in den hoofdelijken omslag. Heeft dus een aangeslagene, hoewel nog altijd in dat register ingeschreven, het geheele belastingjaar elders verblijf gehouden met het kennelijk voornemen om niet meer in zijne vorige gemeente terug te keeren, dan moet hieruit worden afgeleid, dat de betrokkene gedurende het geheele belastingjaar zijn hoofdverblijf elders gehad heeft, zoodat hij ten onrechte is aangeslagen. Hij had derhalve tegen zijn aanslag kunnen reclameeren; heeft hij dit niet gedaan binnen den bij art. 265, eerste lid, gestelden termijn, dan moet de aanslag als onherroepelijk vaststaande beschouwd worden en kan van ontheffing geen sprake meer zijn. Gemst. 2659.

248. Op de vraag, of wegens abusieven aanslag over een vol dienstjaar, in plaats van over elf maanden, over die ééne maand afschrijving kan worden verleend, zoo niet, hoe dan die misslag kan hersteld worden, antwoordt de Gem.stem in no. 2701:

Afschrijving van belasting kan alleen dan verleend worden, wanneer na de vaststelling der kohieren zich omstandigheden voordoen, waardoor de verplichting om in den hoofdelijken omslag bij te dragen geheel of gedeeltelijk vervalt. Is echter de aanslag zelf van den aanvang af onjuist, dan kan dit middel niet toegepast worden, omdat voor dit geval de wet een anderen weg openstelt, nl. liet indienen van bezwaren tegen den aanslag, binnen den bij art. 265, eerste lid, gemeentewet bedoelden termijn. Laat de belastingschuldige dezen termijn ongebruikt voorbijgaan, dan zou alleen vernietiging door de Kroon, wegens strijd met art. 245 gemeentewet, den onjuisten aanslag kunnen te niet doen. Wij betwijfelen evenwel, of de Regeering daartoe termen zou vinden.

249. Van het door forensen verschuldigde kan geen teruggaaf na overlijden plaats hebben. W.B.A. 2578.

8*

Sluiten