Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 264 der gemeentewet.

De kohieren der hoofdelijke omslagen en andere plaatselijke belastingen, alsmede die der heffingen, in art. 240, i en j, bedoeld, worden door burgemeester en wethouders opgemaakt en vastgesteld door den raad.

Zij behoeven de goedkeuring van Gedeputeerde Staten, alvorens uitvoering te kunnen erlangen.

Indien het besluit van Gedeputeerde Staten tot goedkeuring van een kohier door Ons wordt geschorst of vernietigd, neemt het gemeentebestuur, met betrekking tot dat kohier, art. 159 in acht.

Binnen veertien dagen na de goedkeuring worden de kohieren in afschrift gedurende vijf maanden op de secretarie der gemeente voor een ieder ter lezing nedergelegd. Van de nederlegging geschiedt openbare kennisgeving.

Kohier.

1. Gedeputeerde staten moeten niet bevoegd worden geacht algemeene, voor elk geval bindende voorschriften omtrent de inrichting der kohieren van plaatselijke belastingen te geven. Gemst. 1804.

2. Een gemeentebestuur verzocht Ged. Staten te willen goedkeuren, dat in het door den raad vastgesteld en door hunne vergadering goedgekeurd kohier van liootdelijken omslag eenige wijziging werd gebracht en fouten werden hersteld, waartoe het een nieuw kohier ter goedkeuring aanbood.

Ged. Staten waren van oordeel, dat art. 2G4 der gemeentewet, dat de vaststelling en goedkeuring van het kohier van hoofdelijken omslag regelt, in verband met de twee volgende artikelen, niet toelaat, dat het kohier na de goedkeuring door hun college anders dan bij beslissing op bezwaarschriften wordt gewijzigd. Prov. verslag Friesland over 1890; Gemst. 2116; W.B.A. 2207.

Anders Gemst. 1849 en 2012.

3. Waar de gemeentewet voor de heffing van den hoofdelijken omslag heeft aangenomen grondslagen, die betrekking hebben op het „belasting-

Sluiten