Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

9. Het aanslagbiljet moet blijkens art. 265 gemeentewet worden uitgereikt aan den minderjarige, niet aan den elders wonenden voogd. Gemst. '2651.

10. Het antwoord op de vraag, ot' een gemeente-ontvanger verplicht is kosteloos een nieuw aanslagbiljet te geven aan iemand, die te zijnen kantore komt met de bewering, dat hij zijn aanslagbiljet niet vinden kan, hangt hiervan af, of in de verordening op de invordering ot' in de instructie van den ontvanger deze verplichting is opgenomen. Gemst. 2312.

11. Het verscheuren of weigeren van het aanslagbiljet kan wel den

belastingschuldige moeilijkheden baren, maar belet den ontvanger niet om bij wanbetaling tot vervolging over te gaan. Zie ook art. 15, tweede alinea, der wet van 22 Mei 1845 (Stbl. n°. 22) j°. art. 260 gemeentewet. Gemst. 2312.

12. Het uitreiken van een aanslagbiljet is eene wettelijke verplichting (art. 265 gemeentewet); voor schryf- en drukloon mag dus aan de belastingschuldigen niets in rekening gebracht worden. Gemst. 2315.

13. Het voorschrift, dat belasting-aanslagbiljetten voor bedragen boven f 20 zegelplichtig zijn, steunt op missiven van den Minister van financiën van 1 Mei 1866 en 17 Sept. 1875. De betaling door de belastingplichtigen volgt uit art. 1431 burgerlijk wetboek j°. art. 28 zegelwet. W.B.A. 2854.

14. Blijkens eene missive van den Minister van financiën dd. 1 Mei 1866, afd. Reg. en Dom. n°. 30 (o.a. te vinden in Prov. blad van Zeeland van 1866 n°. 58), zijn aanslagbiljetten wegens plaatselijke belastingen, die niet meer dan /'20 bedragen, van zegelrecht vrijgesteld.

Deze missive werd door de Gem.stem bestreden in n°. 1699. Zij toonde daar aan, dat, hoezeer de memorie van toelichting ad. art. 260 gemeentewet ook art. 23 der wet van 1845 noemde, de letter der wet zich h.i. er tegen verzet, de vrijstelling van zegelrecht voor de daar genoemde quitantiën onder de exceptioneele bepaling van art. 260 te brengen, hetwelk alleen van waarschuwing, aanmaning, inlegering, dwangbevel en vervolgingskosten spreekt.

Zie ook Gemst. 2828.

15. Het zegelrecht voor aanslagbiljetten komt ten laste van de belastingschuldigen. Om dezen hiervan te ontheffen, of voor hen een recht van terugvordering te kunnen aannemen in geval van vermindering van den aanslag beneden f 20, zou eene uitdrukkelijke wetsbepaling noodig zijn. Vermits zoodanige bepaling niet bestaat, blijft ook hier de algemeene regel gelden. Gemst. 2321, 2463 en 2768.

9*

Sluiten