Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De minderjarige leerling is volgens de wet (G. O. § !t%| aan de ..vaderlijke tucht" van den patroon onderworpen. Van dit tuchtrecht schijnt niet zelden misbruik te worden gemaakt, zoodat <le uitoefening daarvan in mishandeling van den leerling ontaardt. Een deel der klachten moge, zooals één der inspecteurs opmerkt, op rekening gesteld kunnen worden van te groote gevoeligheid van de ouders, speciaal van de moeder, er blijven verscheidene gevallen over, waarin eene soms ergerlijke mishandeling van den leerling door den meester werd geconstateerd. Ook mishandeling door de gezellen komt nu en dan voor.

De wijze, waarop de inwonende leerling is gehuisvest, doet vaak klachten rijzen. Volgens Dr. Frey kan men het haast regel noemen, dat twee leerlingen samen moeten slapen in één, dikwijls onzindelijk lied. Ook wordt dikwijls de werkplaats of de keuken als slaapplaats gebezigd. Eén der inspecteurs maakt melding van eene bakkerij, waaide twee leerlingen samen één bed hadden, staande in eene smalle keuken, waar tevens de meid sliep in een bed onmiddellijk naast dat der leerlingen.

Tot voorkoming van dergelijke misbruiken, wordt door sommigen op controle van overheidswege ten aanzien van de huisvesting der leerlingen aangedrongen.

Aan het geregeld bezoeken van inrichtingen voor voortgezet en vakonderwijs hecht de oostenrijksche wet groote waarde. Volgens de in 1897 verscherpte bepalingen zijn de leerlingen, voorzoover zij het gewerbliche Fortbildungx- (of een daarmede gelijkstaand) onderwijs nog niet met vrucht hebben afgeloopen, gehouden, de algemeene gewerbliche Fortbildungsschule zoowel als de fachlirhe Fortbildtmjsschule regelmatig volgens het leerplan te bezoeken (§ 99//, lid 3). De meester is verplicht, huilden daarvoor noodigen tijd toe te staan, hen . tot het bezoek dezer scholen aan te sporen en toe te zien op het regelmatig schoolbezoek (§ 100, lid 3). Voor leerlingen, die moedwillig de school verzuimen, kan door het administratief gezag, op klachte van het schooltoezicht, de leertijd met ten hoogste één jaar worden verlengd (§ 9%, lid 4). De patroon, die zijne verplichting in dit opzicht niet nakomt, kan met geldboete worden gestraft. Ook kan hem, indien hij ondanks herhaalde aanmaning nalatig blijft, het recht tot het houden van leerlingen worden ontzegd: de eerste maal voor een bepaalden tijd; bij herhaling, voor goed (§ 137, lid 2).

Voor de inrichting van het industrieel onderwijs is in Oostenrijk meer gedaan dan in vele andere landen ').

') Eeaige opgaveu kau meu o.a. vindea bij Schönberg, Handbuch der polilixc/ien Oe/conomie, 4e druk, II, 1, bl. 672 vlg., 690, eu bij Adler, iiber die Lage des

Sluiten