Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wordt voor hetgeen deze hein in den aanvang heeft gekost. Nadere gegevens hieromtrent zijn echter uit onze berichten niet af te leiden.

Eigenmachtige verbreking der overeenkomst door den leerling schijnt over het algemeen niet dikwijls voor te komen. In de fabriek van Ringhoffer was geen enkel geval bekend. Op de vraag, in welke periode van den leertijd contractbreuk het meest plaats heeft, luiden de antwoorden verschillend. Sommigen zeggen: tegen het eind; anderen, o.a. Pr. Prey, berichten: in liet begin van den leertijd, zelden later.

Indien een leerling zonder wettige reden den patroon ontijdig verlaat, is deze volgens de wet (G. O. 85, 86) bevoegd, den leerling door tusschenkomst der overheid tot terugkeer te dwingen; ook kan hij vergoeding der geleden schade verlangen.

Wat de schadevergoeding aangaat, een enkele maal wordt deze in het leerlingcontract nader geregeld. Zoo vinden wij bij de Sclilosser te Graz in het formulier deze bepaling: „wanneer de leerling vóór den bepaalden leertijd zonder wettige reden wegloopt of door zijne bloedverwanten uit de leer wordt genomen, zijn deze bloedverwanten verplicht, voor iederen dag, gedurende welken de leerling in de leer was, eene vergoeding voor de verpleging van den leerling a 30 cents per dag te betalen." Intusschen blijkt uit onze berichten, dat van het recht, op grond van wet of overeenkomst schadevergoeding te vorderen, zelden of nooit wordt gebruik gemaakt.

De gedwongen terugbrenging van den leerling wordt door sommigen een practiscli middel geacht met het oog op de noodzakelijke tucht, vooral in die gevallen, waar de leerling buiten weten zijner ouders of voogden wegloopt. Anderen echter wijzen er op, dat het wegloopen vaak zijn oorzaak vindt in slechte behandeling, verwaarloozing ten aanzien van woning, verpleging, enz., en dat dus een nauwkeurig onderzoek aan de toepassing van dit middel dient vooraf te gaan. Deze maatregel schijnt niet dikwijls te worden aangewend. Men ziet daarvan af, óf omdat men den last en omslag schuwt, óf ook wel omdat men begrijpt, dat de samenleving en samenwerking met zulk een weggeloopen en teruggesleepten leerling voor de toekomst weinig belooft.

VII. Ontbinding van het contract.

In de wet zijn verschillende gevallen opgenoemd (G. O. § 101), waarin de meester of de leerling onmiddellijk een einde kan maken aan de tusschen hen bestaande betrekking. Voorts kan er opzegging plaats hebben met een termijn van 14 dagen, wanneer zich één van de omstan-

Sluiten