Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan bruikbare arbeidskrachten, daar de leerlingen eene in vele opzichten onvoldoende vakopleiding verkrijgen". Zoo schrijft, om nog ééne uitspraak aan te halen, de inspecteur van den arbeid te Wiener-Neustadt: „in den regel is de leerling bij het einde van den leertijd nauwelijks voldoende bekend niet de eenvoudigste handgrepen van /.ij» handwerk". Verreweg de meeste officiëele verslagen dor inspecteurs bewijzen. dat de toestand nog heel wat te wenschen overlaat.

Tegen de wet richten zich de grieven niet in de eerste plaats. Integendeel het bestaan eener wettelijke regeling acht men algemeen wenschelijk, en tegen den inhoud der geldende bepalingen rijzen geene ernstige bezwaren. Van «le practische werking der wijzigingswet van 1897 koesteren velen goede verwachtingen. Evenwel wordt van verschillende zijden aangedrongen op strengere uitvoering en handhaving der wettelijke voorschriften, alsmede op aanvulling in sommige richtingen. Over het laatste hieronder nog nader.

Behalve aan onbekwaamheid en ongeschiktheid van menigen patroon, bij wien leerlingen worden opgeleid, acht men het gebrekkige van den toestand vooral te wijten aan de eigenaardige omstandigheden, waarin het handwerk tegenwoordig verkeert en aan de onvoldoende zorg van de beroepsvereenigingen ten aanzien van het leerlingwezen.

In menig bedrijf is de taak van den kleinen ondernemer veranderd Wat vroeger in het klein werd gemaakt, wordt thans fabriekmatig vervaardigd, zoodat voor den handwerksman niets dan het reparatiewerk overblijft; in andere vakken zijn verschillende gedeelten van de voorwerpen handelsartikelen geworden, zoodat de handwerksman ze slechts heeft in elkaar te zetten. In zulke bedrijven valt voor den leerling weinig te leeren.

De verdeeling van arbeid dringt ook in het handwerk meer en meer door. Merkwaardige staaltjes worden daarvan medegedeeld. Zoo iezen wij van een patroon, die het geheele jaar door niets anders maakt dan gespen voor ransels. Wie daar als leerling is opgeleid. heeft slechts een zeer beperkte kans, in de wereld vooruit te komen! Een leertijd van eenige jaren bij zulk een patroon heeft geen zin; wat daar te leeren valt, kan een leerling zich in weinige maanden of weken eigen maken. In de groote fabrieken, waar het leerlingwezen goed georganiseerd is, weet men de schadelijke gevolgen der arbeidsverdeeling te neutraliseeren. n.1. door den leerling achtereenvolgens verschillende onderdeelen van het bedrijf te doen kennen. Bij den kleinen baas, die zich eenmaal op eene specialiteit heeft toegelegd, bestaat daarvoor geen gelegenheid.

De beroepsvereenigingen, bij wie volgens de wet de zorg voor een goed geordend leerlingwezen berust, zouden over liet algemeen veel

Sluiten