Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kelijk, daar «Ie financiëele omstandigheden hunner ouders niet toelaten. voor kost en inwoning te zorgen ter plaatse waar de school is gevestigd en bovendien elk loon voor hun kind te ontberen. Door toekenning van beurzen zou men hieraan willen tegemoet komen, althans met het oog op vakken, waarin de opleiding bijzonder achterlijk is.

Het meest gewenscht wordt door velen geacht eene krachtige samenwerking tusschen leerlingstelsel en schoolonderwijs, krachtiger dan tot dusver plaats heeft. Vooreerst in dezen vorm, dat de leerling, gedurende zijn leertijd in de werkplaats, tevens het voortgezet onderwijs geniet. De dagelijksche arbeidsduur behoort dan zoo tu worden geregeld. dat den leerling kracht en lust overblijft oni van het onderwijs vrucht te trekken. Dat onderwijs behoort ook die kennis te verschaffen, welke de leerling straks als hoofd van het bedrijf zal behoeven: boekhouden, correspondentie, handelskennis. Het dient, althans in de grootere steden, met het oog op de verschillende vakken verschillend te zijn ingericht. Maar ook eene andere combinatie vindt voorstanders, namelijk deze, dat de leerling achtereenvolgens in eene vakschool en in eene werkplaats worde gevormd. De vakschool kan dan strekken om de leemten aan te vullen, die de opleiding in do werkplaats, vooral tengevolge van de toenemende arbeidsverdeling, openlaat. De verdere uitwerking van dit denkbeeld zou in verband gebracht moeten worden met de eigenaardigheden der verschillende bedrijven.

De hervormingen in het leerlingwezen, die de deskundigen in Oostenïijk niet meer of minder eenstemmigheid wenschehjk achten, zijn grootendeels uit het voorafgaande reeds gebleken. De voornaamste mogen hier nog kortelijk worden samengevat.

Aanbevolen wordt dan:

Grootere beperking der bevoegdheid tot het houden van leerlingen, hetzij wat betrett het aantal leerlingen in één bedrijf, ook in verhouding tot liet aantal volwassen gezellen — hetzij met het oog op du zedelijke geschiktheid van den meester — hetzij met het oog op den bijzonderen aard van sommige vakken, waar tengevolge der arbeidsverdeeling eene deugdelijke opleiding in de werkplaats bijna onmogelijk is.

Verkorting van den dagelijkschen arbeidsduur der leerlingen.

Uitbreiding van het voortgezet en vak-onderwijs.

Verplichte leerlingexamens met eene zekere verantwoordelijkheid van den patroon voor den uitslag daarvan. Tentoonstellingen van hetgeen de leerlingen vervaardigd hebben, zouden daarmede kunnen worden verbonden.

Krachtiger medewerking van de beroeps vereen igingen (Genossenschaften), desnoods niet reorganisatie dezer instelling.

Sluiten