Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I Inleiding en algemeen overzicht der wetgeving

Ter juiste beoordeeling der zwitsersehe toestanden dient in aanmerking te worden genomen:

1". dat 111 Zwitserland liet eigenlijke leerlingwezen nooit is afgeschaft geweest;

2°. dat dit land weinig groote of belangrijke steden, doch een overvloed \an kleine gemeenten bezit, die door de eigenaardige geographische gesteldheid des lands ten opzichte van elkander veel meer geïsoleerd zijn dan elders, b.v. in ons vaderland;

3°. dat de verbeteringen in het leerlingwezen in hoofdzaak te danken zijn aan het particulier initiatief van den Schweizerischen GewerbeN ei ei n (zetel van het hoofdbestuur te Zürich), geconstitueerd den 18de" Apiil 1880, en dat de oudste kantonale wet op het leerlingwezen nog lang geen 10 jaren oud is:

4'. dat Zwitserland is een !>ond van kleine staten — de kantons die ieder voor zich eene groote autonomie bezitten.

Er bestaat wel een Bo«(fefabriekswet, geldig voor het geheele land. doch slechts kantonale wetten op het leerlingwezen en wel slechts in 4 van de 24 kantons, n.1.:

j\euchdtel,,,\V et op de bescherming van leerlingen" van 21 November 1890,

Genhe, „Wet op liet leerlingwezen" van 15 October 1892,

Freibury, „Wet op de bescherming van leerlingen en werklieden" van 14 November 1895,

" aadtland, „Wet op het leerlingwezen" van 21 November 1896.

^ erder bezit nog het kanton Zürich een ontwerp van wet op „da> 'rewerbewesen (ambachten, handwerk, industriëele en handelsbedrijven) van 2<S Februari 1897, met een Hoofdstuk III „Het leerlingwezen '.

In de laatste 10 jaren hebben verschillende duitsche kantons wetten ingevoerd op de bescherming, speciaal van vrouwen, werkzaam in de bedrijven. die niet vallen onder de zwitsersehe fabriek»wet: deze bevatten ook enkele bepalingen, die betrekking hebben op leerlingen. Zij zijn:

liasel-Land, Wet van 2.3 April 1888,

Glarus, „ „ 8 Mei 1892 (niet bepalingen ter bescherming

\&ii mannelijke en vrouwelijke leerlingen).

Sluiten