Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nieuwe leerlingen telkens 0111 <le drie maanden en lieeft het opnemen van leerlingen in de Innung met zekere plechtigheid plaats. De nieuw aangenomen leerlingen verschijnen in de eerste vergadering der Innung en worden daar met een toespraak van den voorzitter, die hen wijst op de beteekenis van het leercontract en op de daardoor op hen rustende verplichtingen , plechtig in de Innung opgenomen.

De Novelle van 1897 bepaalt in § 126/<. 2du lid, dat de politie het recht heeft. van den leermeester overlegging van liet contract te vorderen. Verder wordt in § 12M, l8telid, aan patroons, die tot eene Innung behooren, de verplichting opgelegd, een afschrift van het leerlingcontract binnen II dagen bij de Innung iu te leveren. In hetzelfde art. wordt <>ok. in overeenstemming met het in vele Innungen heerschend gebruik, aan deze het recht gegeven, voor te schrijven, dat de afsluiting van het leerlingcontract voor de Innung zal moeten geschieden. In dat geval moet aan den leermeester en aan den vader of voogd van den leerling een afschrift van het contract worden ter hand gesteld.

III. De inhoud der leerlingcontracten.

ii. Leergeld.

De betaling van een leergeld geraakt. over het geheel genomen, steeds meer in onbruik. Dit hangt in sterke mate samen met het in den loop der laatste 25 jaren gaandeweg verdwijnen van de vroeger algemeen heerschende gewroonte, dat de leerling in de woning van den leermeester werd opgenomen en hij dezen kost en inwoning genoot. In verband daarmede is in de meeste grootere steden de betaling van een leergeld een zeldzaam voorkomende uitzondering geworden en wordt het bijna alleen nog maar gevorderd in de kleinere steden en op het platteland en ook daar in steeds verminderende mate.

Dit algemeen beginsel is echter niet zonder uitzonderingen. In enkele groote plaatsen, waar de oude zeden meer in eere zijn gehouden, is liet wonen van den leerling bij den meester en daarmede de betaling van een leergeld >rel gewoonte gebleven, terwijl aan den anderen kant elders ook in kleinere plaatsen en op het platteland het wonen bij den meester en daarmede ook het leergeld steeds meer verdwijnt. Vorder zijn ook dikwijls in één en dezelfde plaats de toestanden voor de verschillende ambachten in dit opzicht geheel anders.

Zoo komt in het algemeen de betaling van een leergeld bijna overal

Sluiten