Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor bij de Schlosser en hij de ambachten. die in verhand staan met de kunstnijverheid. Zooals hierhoveu reeds werd opgemerkt, liekleedt het fSchlossersbedrijf <>j> het gebied van het leerlingwezen een eenigszins bijzondere plaats in dit opzicht, dat opleiding in eene Schlosserswerkplaats dikwijls wordt gezocht door jongens, die niet van plan zijn in dit ambacht te blijven, doch later als bankwerker of in eene dergelijke betrekking in een fabriek wenschen geplaatst te worden. Dientengevolge bestaat bij de •Schlossers veel aanbod van leerlingen — «laarhij in den regel jongens, die verder op willen en niet uit de laagste klassen afkomstig zijn -, zoodat hieruit de betaling van een leergeld in dit ambacht gereedelijk is te verklaren. In de ambachten der kunstnijverheid wordt door den leerling eene betere opleiding verlangd en kan dus daartegenover door den leermeester een leergeld worden gevorderd.

Te Berlijn komt, naar het eenstemmig gevoelen onzer berichtgevers, de betaling van een leergeld zoo goed als nooit voor. Het belangrijk rapport van den nederlandschen consul-generaal aldaar, vermeldt daarvan slechts de twee volgende gevallen:

1'. Bij enkele hooger staande ambachten, als werktuigkundigen, electrotechnici, opticiens, horlogemakers, goudsmeden en Sehlosser, door wie een leergeld ook dan wordt gevorderd, ingeval de leerling geen kost en inwoning heeft :

2°. Indien een kortere leertijd dan in het ambacht gebruikelijk is. bij contract is overeengekomen; het leergeld wordt hier gemotiveerd door de overweging, dat bij een korteren leertijd de meester de voordeden mist, die hij anders tegen het einde van den leertijd, wanneer de leerling het ambacht meester is, van dezen geniet.

Bij de I(akkers, waar uit den aard der zaak de leerlingen steeds bij den meester inwonen, wordt toch geen leergeld betaald De voorzitter der berlijnsche bakkers-lnnung verklaart dit uit de omstandigheid, dat, evenals in vele andere ambachten, ook bij de bakkers zich in de laatste 10 a 15 jaar een gebrek aan leerlingen heeft doen gevoelen: leergeld wordt daarom alleen nog maar betaald, ingeval het om een korteren leertijd te doen is.

De duur van den leertijd is dus mede één der factoren, welke op het betalen van leergeld van invloed zijn. Zoo wordt ons dan ook uit kleinere plaatsen, waar het leergeld nog niet in onbruik is geraakt, medegedeeld, dat een leergeld alleen dan met wordt betaald. indien de leerling langer dan 3 jaren in de leer wil blijven. Tegenover een langere» duur van den leertijd staat dus hier het verrallen van het leergeld, evenals in andere plaatsen, waar anders geen leergeld wordt gegeven, de betaling van een leergeld opweegt tegen een korteren duur van den leertijd.

Sluiten