Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Volgens § 119„, 2Je Ud. der Gewerbe-Ordnung (oud en nimw) kan door de gemeentebesturen worden bepaald: „dat het door minderjarige arbeiders verdiende loon aan de ouders of voogden en slechts met hunne schriftelijke toestemming of na ontvangst van de door hen geteekende quitantie over de laatste loonsl>etaling aan de minderjarigen zeiven zal worden uitbetaald". Van deze bevoegdheid is echter slechts in zeer bescheiden mate gebruik gemaakt. Klaarblijkelijk wordt in het algemeen aan een dergelijk voorschrift geen hooge waarde gehecht. Men acht het waarschijnlijk, dat minderjarigen in eene plaats, waar het loon niet aan hen zeiven wordt uitbetaald, niet lang zullen blijven en liever elders werk zullen zoeken. Ook zal eene dergelijke bepaling, ingeval de vader Ot voogd met deugt en het door den minderjarige verdiende geld geheel ten eigen bate besteedt of verkwist, een zeer nadeeligen invloed kunnen hebben.

Van alle plaatsen, waaruit wij omtrent dit punt inlichtingen ontvingen, wordt ons dan ook alleen uit Crefeld liet bestaan eener gemeentelijke verordening krachtens § 119,,. oJe Ii(]> der G () medegedeeld •) In het formulier-contract van het „Verband deutscher Gewerbevereine' bijlage V| wordt in § 5a voorgeschreven, «lat het loon aan den wettenen vertegenwoordiger des leerlings moet worden uitbetaald. Uit < ït. dat onze bei ichtgevers op slechts een paar uitzonderingen na - eenstemmig verklaren, dat de loonsbetaling steeds onmiddellijk aan den leerling geschiedt, zullen wij echter moeten opmaken, dat aan dit voorschrift niet al te best de hand wordt gehouden.

Kortingen op het loon (kostgeld, zakgeld) hebben in het algemeen niet plaats In den regel is het reeds zoo laag gesteld, vooral in het begin van den leertijd, dat onbemiddelde ouders het voor het onderhoud van hun zoon hoog „oodig hebben en ,laarvan niets zouden kunnen missen Evenwel belmoren kortingen op het loon ook weer niet bepaald tot de hooge uitzonderingen. Dit geschiedt dan eensdeels met het doel, den leerling aan het einde van den leertijd een spaarduitje te verschaffen, dat hem bij zijn intrede in de maatschappij kan te pas komen, anderdeels - en wel in de meeste gevallen - in het belang van den meester om dezen een waarborg te geven voor het geval van contractbreuk van «len leerling (zie hieronder blz. 129).

Volgens de door ons ontvangen inlichtingen zijn kortingen o.a. gemukelijk in Wurtemberg. De inspecteur van den arbeid in het 2d" district deelt in zijn rapport over 189« „lede, dat dikwijls een deel van het loon wordt ingehouden (in den ïvgel 10 Pf. per dag of '/, van het

') Iutusscheu blijkt uit inededeeliugeu in het weekblad „Soziale Praxis", dat ook op eenige andere plaatsen dergelijke verordeningen zijn tot stand gekomen.

Sluiten